LONDEN - De Amerikaanse en Britse militaire bevelhebbers in Irak hebben een hartgrondige hekel aan elkaar. Dat blijkt uit geheime documenten waaruit de Britse krant The Daily Telegraph maandag publiceert.

Het gaat onder meer om interviews van het Britse ministerie van Defensie met officieren die aan het begin van de oorlog in Irak gelegerd waren.

De Britse chef-staf in Irak, kolonel J.K. Tanner, noemt zijn Amerikaanse collega's onder meer ''marsmannetjes''.

Zijn meerdere, generaal-majoor Andrew Stewart, zegt dat hij geregeld bevelen van Amerikaanse officieren ''ontwijkt of weigert''.

Om die reden werd zeker een keer de Britse ambassadeur in Washington op het matje geroepen bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Communicatie

De Britse bevelhebbers beklagen zich ook over een gebrek aan communicatie van de Amerikanen. Zo zei generaal-majoor Stewart dat er geen directe telefoonlijn was tussen zijn kantoor in de zuidelijke stad Basra en het kantoor van de Amerikaanse bevelhebber in Bagdad.

Toen de Amerikanen begin 2004 een sjiitisch kopstuk arresteerden, waardoor een opstand uitbarstte in het zuiden van Irak, gebeurde dat zonder medeweten van de Britten die in het zuiden waren gelegerd.