Het is nog altijd niet duidelijk of Nederlandse vissers volgend jaar in Britse wateren terechtkunnen. Dominic Raab, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, noemde de visserij zondag tegenover Sky News nog altijd "de grootste twistappel" van de Brexit-onderhandelingen. Deze onderhandelingen bevinden zich inmiddels in de blessuretijd: de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben nog tot 1 januari om tot een deal te komen.

De visserij behoort al sinds dag één van de Brexit-onderhandelingen tot de grootste knelpunten. Het VK wil na 1 januari als een soevereine natie gezien worden. Daarbij hoort volgens de Britten meer zeggenschap over de eigen wateren en welke vissersboten ze daar wel of niet toelaten.

Europese vissers, waaronder veel in Nederland, zijn juist afhankelijk van deze wateren om hun netten te vullen. De EU wil dan ook dat de Europese vissers zo veel mogelijk vis mogen blijven vangen in de Britse wateren. Dit botst dan ook bij de onderhandelingen.

"Het is een principekwestie: als we de EU voorgoed verlaten zijn we een onafhankelijke kuststaat. We moeten als zo'n land in staat zijn om onze eigen wateren te beheren. De vraag is nu: kan de EU deze principekwestie accepteren?", aldus de Britse minister.

De uitspraken van Raab volgen op een compromisvoorstel vanuit Brussel. De EU zou in dit voorstel vanaf 1 januari 15 tot 18 procent minder vis vangen uit Britse wateren. Dat voorstel werd door de Britten snel van tafel geveegd. "Dat klinkt toch niet juist?", vroeg Raab zich hardop af bij Sky News.

Voor Nederlandse vissers is het van belang dat er een handelsakkoord komt tussen het VK en de EU. Vorig jaar hengelden Nederlandse vissers zo'n 100 miljoen euro aan vis uit de Britse wateren binnen. Zo'n tienduizend mensen hebben direct of indirect werk in de Nederlandse visserij.