De eerste week van de 'intensieve' Brexit-onderhandelingen is donderdag eerder afgelopen dan verwacht. Voor vrijdag stond er nog een dag aan onderhandelingen gepland tussen de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK), maar die wordt niet nodig geacht. Uit de verklaringen van beide kampen blijkt dat de verschillen tussen de partijen nog onverminderd groot zijn.

Maandag zagen toponderhandelaars Michel Barnier (EU) en David Frost (VK) elkaar weer voor het eerst in levenden lijve sinds begin maart. De onderhandelingsronde die maandag begon, zou de eerste zijn in een reeks 'intensieve' gesprekken, om beide partijen dichter tot elkaar te brengen. Sinds het begin van de onderhandelingen over een handelsakkoord liggen de partijen ver uit elkaar. De eerste intensieve onderhandelingsweek kon die verschillen niet verkleinen.

"Na vier dagen van discussies blijven de grote verschillen van inzicht bestaan", stelt EU-onderhandelaar Barnier in een verklaring. Frost noemt de gesprekken van deze week "nuttig", "maar ze laten ook zien dat er nog steeds grote verschillen zijn".

De drie onderwerpen die Barnier noemt in zijn verklaring, zijn dezelfde die al maandenlang de grootste struikelblokken vormen: eerlijke concurrentie tussen beide partijen, afspraken over de visserij en de manier van toezicht op de gemaakte afspraken. De EU-hoofdonderhandelaar geeft het VK nog een tikje na in zijn verklaring. "De EU verwacht dat haar standpunten beter begrepen en gerespecteerd worden om tot een akkoord te komen. We hebben gelijkwaardige inzet nodig van het VK."

De partijen zullen in de week van 20 juli weer aan de onderhandelingstafel verschijnen. De tijd om tot een handelsakkoord te komen dringt: de EU wil dat er voor eind oktober een akkoord ligt, zodat er nog voldoende tijd is om de afspraken te ratificeren voor het einde van het jaar. Lukt dat niet, dan zullen de Britten de EU verlaten zonder deal en terugvallen op de handelsafspraken van de Wereldhandelsorganisatie, het meest schadelijke economische scenario.