De Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) hebben de afgelopen maanden maar weinig vooruitgang geboekt in de onderhandelingen over een handelsakkoord, heeft de Duitse bondskanselier Angela Merkel woensdag gezegd in het parlement in Berlijn.

Merkel deed de uitspraak op de dag waarop Duitsland de sleutels kreeg van de Europese Unie. De Duitsers zijn het komende half jaar voorzitter van de EU en moeten het blok door de zwaarste periode in jaren leiden. Zo zijn de lidstaten nog druk bezig met het bestrijden van de coronapandemie en is Europa nog altijd verdeeld over het steunpakket dat de Europese economie uit het slop moet trekken.

Op de achtergrond daarvan speelt ook nog altijd het Brexit-dossier. De Britten kondigden eind mei aan de transitieperiode niet te willen verlengen, waardoor de partijen nog maar zes maanden hebben om tot een handelsakkoord te komen.

"De voortgang is, op zijn zachtst gezegd, zeer beperkt", zei Merkel woensdag daarover. Door de tikkende klok en het gebrek aan vooruitgang hebben de partijen besloten om de komende maanden intensiever te onderhandelen. "We gaan de gesprekken opvoeren, zodat we in de herfst een deal kunnen sluiten die voor het eind van 2020 geratificeerd kan worden", aldus Merkel.

Het tijdsbestek om nog tot een handelsakkoord te komen is wel krap, zeker gezien de minimale vooruitgang die de partijen hebben geboekt op de grootste hoofdpijndossiers: concurrentie en visserij. "Duitsland en de EU moeten daarom voorbereid zijn dat er aan het eind van het jaar geen akkoord ligt", waarschuwde de bondskanselier. Als dat er inderdaad niet komt, dan zullen de Britten de EU alsnog zonder akkoord verlaten: de zogeheten no deal-Brexit. In dat scenario zou de economische schade van het vertrek van het VK het grootst zijn.