Het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU) hebben deze week gezegd de onderhandelingen over hun relatie na de Brexit te zullen opvoeren. Tot nu toe zit er weinig schot in. Dit zijn de vier grootste knelpunten.

Op onderstaande vier gebieden moeten de onderhandelaars zich nog een weg vinden voorbij grote meningsverschillen. Dat moet formeel gezien gebeuren voor 31 december, het einde van de transitieperiode die in werking trad na de Britse uittreding, begin dit jaar.

1. Gelijk speelveld voor bedrijven

Na die transitieperiode is het VK niet meer gebonden aan EU-regels over staatssteun aan bedrijven en de Europese standaarden voor het milieu en arbeidsrechten.

Als de Britten die standaarden laten verslappen, zouden Britse bedrijven die zakendoen in EU-landen een oneerlijk concurrentievoordeel hebben ten opzichte van Europese bedrijven, die zich nog wel aan die regels moeten houden, zegt Brussel.

De EU wil dat het VK zich vastlegt op regels en standaarden die overeenkomen met de Europese, als Britse bedrijven hun toegang tot de Europese markt willen behouden. De Britten zien dat echter als een schending van hun soevereiniteit.

2. Visserij

Het VK wil vissen in eigen wateren en die vangsten verkopen aan de 450 miljoen consumenten binnen de Europese markt.

Europese vissers willen echter ook toegang tot die Britse wateren, met afspraken vooraf over hoeveel vis zij daar kunnen vangen, zodat ze hun bedrijfsvoering kunnen plannen.

Een compromis tussen toegang tot de Europese markt voor Britse vissers aan de ene kant, en toegang tot Britse wateren voor Europese vissers aan de andere kant, blijkt moeilijk te vinden.

3. Politiesamenwerking

De Britse politie wil toegang tot verschillende EU-databases die vertrouwelijke informatie bevatten, zoals DNA-gegevens. De EU wil juridische garanties dat die gegevens zullen worden behandeld met de vertrouwelijkheid die de Europese wet vereist.

Brussel wil ook dat het VK zich houdt aan het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (ECHR). Dat beschermt de mensenrechten en politieke vrijheden in Europa en stelt elke persoon die vindt dat hun rechten zijn geschaad in staat om een landsregering voor het Europees Hof voor de Mensenrechten te dagen.

4. Bestuursrechtspraak

De EU en het VK moeten een manier vinden om toekomstige geschillen op te lossen. Hoewel er mogelijkheden zijn om een internationaal arbitrageorgaan op te richten, is er voor de EU geen hogere rechter mogelijk dan het Europees Hof.

De Britten willen op hun beurt niet dat de uitspraken van een EU-rechtbank straks leidend zijn in geschillen tussen het VK en de EU. Ze accepteren niet dat het Europees Hof het laatste woord heeft wat betreft de interpretatie van EU-wetgeving.