Het Verenigd Koninkrijk heeft nu toch echt de Europese Unie verlaten. Deze week werd de volgende stap gezet: gesprekken over de toekomstige relatie tussen beide partijen. De vraag is nu of de twee de komende jaren als goede buren of als verre vrienden door het leven gaan. Vijf vragen over de nieuwe onderhandelingen.

Wat willen de twee partijen?

Eigenlijk is het best simpel, de Britten en de EU willen namelijk hetzelfde: tot in het einde der tijden zonder beperkingen met elkaar handelen. Oftewel: vrijhandel zoals in de huidige situatie.

Als het zo simpel is, waarom zijn er dan onderhandelingen nodig?

Oké, misschien is het toch niet zo simpel. De EU en het VK hebben misschien hetzelfde einddoel, maar de weg om daar te komen, is heel anders.

De Europese Unie is bereid om het VK een vrijhandelsakkoord aan te bieden, maar wil daar wel het een en ander voor terugzien. Zo moeten de Britten bijvoorbeeld de Europese regels voor staatshulp, arbeidsvoorwaarden, milieustandaarden en belastingregels aanhouden. Brussel wil dus een gelijk speelveld houden en voorkomen dat de Britten Europese bedrijven weg kunnen concurreren.

Toponderhandelaren David Frost (links, VK) en Michel Barnier (rechts, EU) praten tijdens de eerste dag van de onderhandelingen tussen beide partijen. (Foto: Pro Shots)

Wat vinden de Britten daarvan?

Die zijn hier niet zo happig op. Britse ministers argumenteren dat het hele punt van de Brexit was om te ontsnappen aan Europese regeltjes en willen zich hier dus niet weer aan vastketenen.

Waar het aanbod van de EU een soort alles-in-éénpakket is, wil de regering van Boris Johnson juist iets heel anders. De Britten willen een veel kleiner handelsakkoord, met een aantal losse deals over specifieke onderwerpen als de visserij, financiële diensten en veiligheid. Johnson mikt op een soort CETA, het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada.

Wat zijn de grootste struikelblokken?

Michel Barnier, toponderhandelaar namens de EU, noemde er deze week vier: naast het eerder genoemde gelijke speelveld en de omvang van het handelsakkoord, ziet de hoofdonderhandelaar ook grote verschillen van mening over de toekomstige rol van het Europees Hof in het VK en afspraken over de visserij.

Vooral het laatstgenoemde punt is voor veel EU-landen, waaronder Nederland, erg belangrijk. Ongeveer de helft van de Nederlandse visvangsten komt uit Britse visgronden, waaronder acht op de tien haringen.

Een lastig dossier dus. De EU wil op de huidige manier doorgaan, maar dat zien de Britten niet zitten. Zij willen meer een model als in Noorwegen, waar jaarlijks onderhandeld wordt over hoeveel vissen Europeanen in Noorse wateren mogen vangen.

Gaat het ze lukken om voor het einde van het jaar tot een akkoord te komen?

"Het kan, maar het gaat heel lastig worden", zijn de woorden die Europese politici als een kapotte plaat steeds opnieuw uitspreken. De verschillen tussen de partijen zijn groot en onderhandelen over handelsakkoorden duurt doorgaans veel langer dan enkele maanden: de onderhandelingsperiode voor het CETA-verdrag, waar Johnson op mikt, duurde acht jaar.

De acht maanden die beide partijen tot het eind van dit jaar hebben om tot een deal te komen zijn al krap, maar de regering-Johnson gooide daar vorige week nog een bommetje onder. De Britten willen namelijk eind juni al "een brede schets" van een handelsakkoord zien. Nog minder tijd dus.

Als dat niet lukt, dan "zal de regering moeten beslissen of het VK zich nog wel op onderhandelingen moet richten of zich volledig moet voorbereiden op een ordelijk einde van de transitieperiode", aldus de Britse regering in haar onderhandelingsmandaat. In dat geval zou er alsnog sprake zijn van een harde Brexit: het doemscenario.