Onderhandelaars van de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK) hebben donderdag een nieuw uittredingsakkoord bereikt. Wat staat daar precies in, en hoe verschillen de nieuwe afspraken van de deal van Johnsons voorganger, Theresa May?

Zowel de EU als het VK willen voorkomen dat er een harde grens ontstaat op het Ierse eiland.

Spanning tussen pro-Ierse nationalisten en pro-Britse unionisten leidde tot tientallen jaren van geweld in Noord-Ierland. Daar kwam in 1998 een einde aan met het Goedevrijdagakkoord. De grens tussen Noord-Ierland (NI), een land binnen het VK, en de Republiek Ierland werd opengesteld. De controleposten, hekwerken en zwaarbewapende militairen verdwenen. Noord-Ierland bleef cultureel en politiek een deel van het VK, maar schoof economisch op richting Ierland.

De zogenoemde Ierse backstopregeling was een plan dat was opgenomen in de uittredingsovereenkomst van May. De regeling zou in werking treden als het VK en de EU het na de Brexit niet meteen eens zouden worden over een permanente oplossing voor de Ierse grens. Het was dus een soort verzekeringspolis.

De backstop is uit de deal tussen Johnson en de EU verdwenen. De nieuwe voorstellen hebben vooral betrekking op de douane-unie (waarbinnen import en export zijn geregeld) en de interne markt (waarbinnen bijvoorbeeld de eisen vallen die aan producten worden gesteld op het gebied van veiligheid).

Hoe ziet de vervanging voor de backstopregeling in Johnsons akkoord eruit?

Het hele VK stapt uit de Europese douane-unie. Dat betekent dat het VK als geheel na de Brexit handelsovereenkomsten met andere landen kan sluiten. Noord-Ierland kan aan die deals deelnemen en bijvoorbeeld goederen produceren die naar zo'n derde land worden uitgevoerd.

Wettelijk gezien komt er dus een douanegrens te liggen tussen Noord-Ierland en Ierland, maar die wordt met een kunstgreep verplaatst. De douanegrens komt in de praktijk tussen Noord-Ierland en de rest van het VK te liggen.

NI zal zich na de Brexit blijven houden aan regels voor de Europese interne markt. Goederen worden gecontroleerd op het punt waar zij NI binnenkomen. Er komt een mechanisme om te bekijken of het risico bestaat dat die goederen in Ierland zullen terechtkomen (en zo op de Europese interne markt belanden). Als dat zo is, moeten ze voldoen aan EU-regels en worden er invoertarieven op geheven.

Het VK en de EU zullen gezamenlijk besluiten welke goederen op die 'risicolijst' komen te staan. Als er tarieven worden betaald voor goederen die uiteindelijk toch niet in Ierland belanden, kan het VK die terugbetalen. Europese btw-regels blijven van toepassing op goederen in NI, maar niet op diensten.

Gewone burgers die van het Britse vasteland naar Noord-Ierland reizen, hoeven hun baggage niet te laten controleren. Ook mogen Noord-Ierse burgers en de andere Britten elkaar spullen blijven sturen zonder daar invoertarieven op te betalen.

Er komen ook afspraken over de hoeveelheid financiële hulp die de Britse overheid kan geven aan Noord-Ierse boeren, zodat zij geen oneerlijke concurrentiepositie krijgen ten opzichte van Ierse boeren.

Noord-Iers parlement krijgt inspraak

Het Noord-Ierse regioparlement mag vier jaar na het begin van de regeling stemmen over de vraag of die moet worden voortgezet.

Als daar een 'nee' uit rolt, komt de regeling twee jaar na dat moment te vervallen. Het VK en de EU moeten dan weer om tafel om een andere oplossing te vinden.

Mocht een simpele meerderheid (51 procent) besluiten de regeling voort te zetten, dan loopt die weer vier jaar door. Is de steun groter (minstens 60 procent, met minstens 51 procent steun van de unionisten en 51 procent van de Ierse nationalisten), dan wordt de regeling met acht jaar verlengd.

Wat is hetzelfde gebleven ten opzichte van de deal van May?

Het merendeel van de afspraken tussen May en de EU is intact gebleven.

De rechten van EU-burgers in het VK (en vice versa) blijven beschermd. Zij behouden hun verblijfsvergunningen en sociale zekerheden.

Ook de transitieperiode (na de Brexit) tot december 2020 blijft staan. In die periode kunnen het VK en de EU onderhandelen over hun toekomstige relatie. Tijdens de transitieperiode blijft het VK zich houden aan EU-regels en blijft het meebetalen aan de Europese kas, maar blijft het geen lid van Europese instituties zoals het Europees Parlement.

Tijdens de transitieperiode blijft het vrije verkeer van personen gehandhaafd. EU-burgers mogen in het VK blijven wonen en werken (en vice versa).

Het VK zal ook een 'echtscheidingsbetaling' doen om zijn financiële verplichtingen aan de EU af te wikkelen. Een precies bedrag is nog niet berekend (omdat het daarbij uitmaakt wanneer het VK precies uittreedt), maar volgens schattingen gaat het om een totaalbedrag van zo'n 43 miljard euro.

Het bereikte akkoord is nog niet definitief. Het heeft het fiat van de 27 overige EU-leiders (het VK stemde niet mee), maar moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en het Britse Lagerhuis.