De hoogste civiele rechtbank van Schotland heeft maandag besloten de Britse premier Boris Johnson niet te zullen dwingen uitstel aan te vragen in Brussel als een 'no deal'-Brexit dreigt op 31 oktober. De zaak was aangespannen door politieke activisten.

De rechter van het Court of Session in Edinburgh zei in zijn oordeel dat er geen twijfel over bestaat dat Johnson accepteert dat hij "moet gehoorzamen" aan de wet, meldt Sky News.

In documenten die door de regering werden ingediend bij de rechtbank staat dat de premier van plan is zich aan de wet te houden. De rechter besloot dat die toezegging voldoende is en seponeerde de zaak.

De zaak zette een spotlicht op een tegenstrijdigheid in de uitingen van Johnson en zijn kabinet.

Het Britse parlement nam in september - zeer tegen de zin van de premier - de Benn-wet aan, die het Johnson verplicht uitstel voor de Brexit aan te vragen bij de Europese Unie als eind oktober een Britse uittreding uit de Unie zonder akkoord dreigt.

'Liever dood in een greppel'

Johnson betitelde de wet als een "akte van overgave" en stelt dat hij liever "dood in een greppel" zou liggen dan uitstel te vragen. Ook leden van zijn kabinet houden vol dat uitstel geen optie is. Johnson en de zijnen hebben niet toegelicht hoe de regering de Benn-wet kan omzeilen.

Parlementariër Joanna Cherry van de oppositiepartij Scottisch National Party (SNP) en andere activisten spanden vervolgens een zaak aan bij de Schotse rechtbank. Ze vroegen de rechter Johnson te dwingen tot het vragen om uitstel.