Het is een dramatische week in de Britse politiek. De regering van premier Boris Johnson leed woensdag een gevoelige nederlaag, die nieuwe verkiezingen dichterbij lijkt te hebben gebracht. Het land is nog steeds hopeloos verdeeld over de Brexit. Vijf vragen over de politieke crisis.

Wat is er deze week gebeurd in het Britse Lagerhuis?

Het Lagerhuis heeft woensdag een wet aangenomen, de wet-Benn, om premier Johnson te dwingen naar Brussel te gaan om een nieuw uitstel voor de Brexit aan te vragen. Vooralsnog zal de Brexit plaatsvinden op 31 oktober. Dit zal dan wel met afspraken met de Europese Unie moeten gebeuren, want zodra de wet-Benn is aangenomen is een harde Brexit verboden.

Om de wet-Benn te behandelen, moesten parlementariërs de regering eerst verslaan in een stemming om de controle over de agenda van het Lagerhuis over te nemen. Dat gebeurde op dinsdag. Johnson stelde een ongekend harde lijn: Conservatieve dissidenten die tegen de regering stemden, werden zonder pardon uit de partij gezet. Uiteindelijk overkwam dat 21 van hen, onder wie enkele prominenten.

Wat deed het Hogerhuis?

Aanvankelijk dreigden Conservatieve Lords roet in het eten te gooien door de behandeling van het wetsvoorstel te rekken totdat het parlement op maandag 9 september met reces gaat. Er werden meer dan negentig wijzigingsvoorstellen ingediend, en aangezien de spreektijd voor Lords niet aan dezelfde strenge regels verbonden is als die van MP's in het Lagerhuis, beloofde het een lange zit te worden.

In de nacht van woensdag op donderdag gaf de regering echter toe en kwamen de Lords overeen dat het behandelen van het wetsvoorstel vóór vrijdagavond moest zijn afgerond. Zo geschiedde. Naar verwachting zal koningin Elizabeth de wet maandag voorzien van haar handtekening, waarmee die van kracht wordt.

Het nieuwe parlementaire jaar begint op 14 oktober, met een toespraak van dezelfde vorstin.

Hoe reageerde premier Johnson woensdag op zijn nederlaag in het Lagerhuis?

Na de stemming van woensdagavond concludeerde Johnson dat er nog maar één optie is: nieuwe verkiezingen, die moeten bepalen of hij zelf of oppositieleider Jeremy Corbyn van Labour naar Brussel moet "om de puinhopen op te ruimen".

Meer uitstel vragen in Brussel is iets wat de Britse premier expliciet heeft geweigerd, maar hij heeft ook gezegd dat zijn regering de wet zal volgen. De Europese Unie is hoe dan ook geen voorstander van Brexit, dus uitstel zal vanuit Brussel naar verwachting wel worden geaccepteerd.

Johnson wil dat de vervroegde verkiezingen plaatsvinden op 15 oktober, vlak vóór de Europese top die op 17 oktober begint. Om ze uit te schrijven heeft Johnson wel een tweederdemeerderheid in het Lagerhuis nodig. Die krijgt hij alleen als de grootste oppositiepartij, Labour, meewerkt.

Wil de oppositie ook nieuwe verkiezingen?

Niet zoals het er nu voorstaat. Labour en de andere oppositiepartijen vrezen dat Johnson een truc zal toepassen: als zij akkoord gaan met verkiezingen medio oktober, heeft de premier de bevoegdheid om die datum later aan te passen. Zo zou hij de stembusgang over de deadline van 31 oktober kunnen tillen - en een 'no deal'-Brexit garanderen.

Corbyn wil dus dat de wet-Benn eerst wordt aangenomen. Pas als de handtekening van de koningin eronder staat, wil hij akkoord gaan met een stembusgang.

De stemming die woensdagavond werd gehouden over het uitschrijven van verkiezingen resulteerde dan ook opnieuw in een nederlaag voor de regering-Johnson: met 298 stemmen voor en 56 stemmen tegen. Er waren 434 stemmen nodig.

De regering heeft aangekondigd maandag opnieuw een motie voor vervroegde verkiezingen ter stemming te zullen brengen in het Lagerhuis. Na onderling overleg lieten Labour, de Liberal Democrats, de Scottish National Party en Plaid Cymru weten die niet te zullen steunen.

Hoe nu verder?

Er is nog geen zekerheid over hoe het verder gaat. Johnson zou theoretisch gezien verkiezingen kunnen afdwingen met simpele meerderheden (meer dan de helft i.p.v. twee derde) in het Lagerhuis en het Hogerhuis, hoewel die nog steeds erg moeilijk te vinden zullen zijn zonder oppositiesteun. Die geven de voorkeur aan een stembusgang in november.

Als die verkiezingen vóór 19 oktober worden gehouden en de Conservatieven een parlementaire meerderheid weten te winnen, zou Johnson een nieuwe wet kunnen aannemen die het verbod op 'no deal' weer van tafel veegt. Daar is de oppositie ook huiverig voor.

Daarnaast is het ook niet zeker dat de andere EU-leiders de Britten weer uitstel zullen verlenen als zij daarom vragen. Verschillende leiders, zoals de Franse president Emmanuel Macron, lieten bij het verlenen van het vorige uitstel - in maart van dit jaar - al weten dat ze liever worden bevrijd van het slepende Brexit-dossier.

De keerzijde is dat een 'no deal-Brexit' ook ernstige gevolgen voor de rest van de EU zou hebben en door bijna niemand op het Europese vasteland als een wenselijke uitkomst wordt gezien.