Bij een harde Brexit wordt de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven harder geraakt dan die van bedrijven uit andere Europese landen. Dat meldt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) donderdag in een nieuw onderzoek.

De details van een uittredingsverdrag of economische afspraken hebben meer invloed op Nederland dan op het Verenigd Koninkrijk en veel landen in de Europese Unie.

Wel zullen de aanvankelijke gevolgen groter zijn voor het VK dan voor de rest van Europa. Zo verwacht het PBL onder meer dat de regionale ongelijkheid in het land zal toenemen, waarbij vooral de regio's die pro-Brexit zijn, erop achteruitgaan.

Die initiële gevolgen voor Nederland zullen vooral in bedrijfstakken als de voedingsmiddelenindustrie, landbouw, chemie en handel te voelen zijn in de vorm van een kostenverhoging. De financiële dienstverlening, telecom en de reisbranche daarentegen zullen juist baat hebben bij Brexit.

De grootte van deze effecten is afhankelijk van de hoeveelheid handelsbelemmeringen, en dus van de keus voor een harde of zachte Brexit.

Details kunnen het verschil maken

Regionaal zijn er ook verschillen. Zo worden economisch grotere regio's, zoals Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant, minder hard geraakt door de Britse uittreding uit de EU dan economisch kleinere regio's. Bedrijven in die eerste gebieden zijn namelijk minder afhankelijk van handel met het VK.

De effecten zijn in vooral Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht erg afhankelijk van details in de uittredingsovereenkomst, en daarmee onzeker. Deze details kunnen namelijk het verschil betekenen tussen een grote of juist kleine Brexit-impact.

Binnen Europa zijn bijvoorbeeld Duitsland en Tsjechië juist relatief ongevoelig voor dergelijke details. Dit komt doordat de economieën in die landen zo verweven zijn met die van het VK dat er sowieso effecten zullen optreden, ongeacht de details.