Het Britse pond is maandag verder gedaald ten opzichte van de euro. Onder de nieuwe premier Boris Johnson heeft de Britse regering een hardere lijn ingezet waarbij een 'no deal'-scenario minder wordt geschuwd dan onder Theresa May.

Een pond kost nu 1,1017 euro. Dat is het laagste punt sinds augustus 2017, toen de koers van het pond onder de 1,09 euro dook. Vóór het Brexit-referendum, op 23 juni 2016, lag de prijs van een pond nog rond de 1,20 euro.

De nieuwe premier Boris Johnson zei maandag tijdens een bezoek aan Schotland dat er nog kans is op een nieuwe deal. "We willen een deal maken", zei Johnson. "Ik heb interessante gesprekken gehad met onze Europese partners. Jean Claude-Juncker en Angela Merkel hebben hun standpunten niet veranderd, maar het is allemaal erg positief."

Volgens The Guardian weigert Johnson om aan te schuiven bij overleg met EU-leiders tenzij ze afzien van de zogenoemde 'backstop', de noodoplossing waarmee het sluiten van de Ierse grens moet worden voorkomen. Die noodoplossing is een voorwaarde van de EU om überhaupt verder te praten over een handelsovereenkomst.

Brexit op 31 oktober

Volgens de huidige planning vertrekken de Britten op 31 oktober uit de Europese Unie. Lukt het ze voor die tijd niet om een akkoord te bereiken over de vertrekvoorwaarden, of over uitstel, dan volgt er een chaotische Brexit met verregaande gevolgen voor zowel de Britse als de Europese economie. Johnson heeft er geen geheim van gemaakt dat het dreigen met 'no deal' ook een stukje onderhandelingstactiek is.

De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Brexit-hardliner Dominic Raab, stelt daarnaast dat het Verenigd Koninkrijk wel een deal wil met de Europese Unie, maar hij zegt dat de EU zich "koppig" opstelt.

"Er moet iets van verandering komen vanuit de EU. Als ze helemaal niet bereid zijn om te bewegen moeten we bereid zijn om het land wat duidelijkheid te geven", waarmee Raab doelt op het accepteren van 'no deal'.