De voorbereidingen op het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie hebben de Britse overheid al 97 miljoen pond (ruim 109 miljoen euro) gekost, concludeert het National Audit Office (NAO), de Britse instantie die overheidsuitgaven in de gaten houdt.

Het bedrag van het NAO valt 32 miljoen pond hoger uit dan de 65 miljoen pond die de Britse regering zelf heeft opgegeven over de periode van april 2018 tot april 2019.

Het NAO tikt de Britse overheid daarnaast op de vingers vanwege het gebrek aan transparantie. Details over de diverse contracten worden vaak te laat gepubliceerd, aldus de waakhond.

In de aanloop naar het vertrek uit de EU hebben Britse departementen consultants gebruikt om "specifieke vaardigheidsgaten te vullen" en in de behoeften wat betreft de personele bezetting te voorzien.

Grote kantoren halen meeste werk binnen

Het leeuwendeel van het consultancywerk komt in handen van zes grote consultancybedrijven: Deloitte (22 procent van het werk), PA Consulting (19 procent), PWC (18 procent), Ernst & Young (15 procent), Bain & Company (11 procent) en Boston Consulting Group (10 procent).

De meeste projecten met consultants duurden niet langer dan drie maanden, maar projecten worden ook vaak verlengd. Een piek in het aantal verlengingen was te zien in april, in verband met het dubbele uitstel van de Brexit-deadline. Die lag oorspronkelijk op 29 maart, maar is verzet naar 31 oktober.

Het NAO benadrukt dat de voorbereidingen nog steeds gaande zijn en dat het totaalbedrag dat aan Brexit-consultants wordt uitgegeven nog zal stijgen.