Boris Johnson, een belangrijke mogelijke opvolger van de Britse premier Theresa May, moet zich voor een rechter verantwoorden, heeft de rechter in Londen woensdag bepaald. Hij wordt ervan beticht het publiek in 2016 tijdens de Brexit-campagne te hebben voorgelogen.

Johnson, een van politici die een pro-Brexit-campagne voerde, beweerde in 2016 voortdurend dat het EU-lidmaatschap het Verenigd Koninkrijk elke week 350 miljoen pond (zo'n 442 miljoen euro) zou kosten. Johnson was op dat moment lid van het Lagerhuis; later werd hij minister van Buitenlandse Zaken.

Een zakenman heeft Johnson beschuldigd van het misbruiken van zijn publieke functie. Zijn advocaat stelde eerder in interviews met Britse media dat het daarbij "niet uitmaakt van welke partij je bent en ook niet of je voor of tegen de Brexit bent". "Democratie vereist verantwoordelijkheid en eerlijk leiderschap van hen die publieke functies bekleden."

Uitspraken over 350 miljoen pond was tijdens campagne omstreden

De uitspraken van Johnson over de 350 miljoen pond waren tijdens de Brexit-campagne al omstreden. Tegenstanders van de Brexit stelden dat de cijfers volstrekt ongefundeerd waren.

De klachten van de zakenman zijn woensdag gegrond verklaard. Dit betekent dat binnenkort een eerste hoorzitting plaatsvindt.

De Britten hebben nog steeds geen Brexit-deal gesloten

Bij het referendum in 2016 behaalde het Brexit-kamp een nipte overwinning. Sindsdien praten de EU en het Verenigd Koninkrijk over een akkoord met voorwaarden voor de uittreding.

Het akkoord dat May met de EU sloot, werd tot drie keer toe door het Britse Lagerhuis afgewezen. De premier kondigde onlangs aan binnenkort af te treden vanwege de slepende Brexit-affaire.