De Britse economie zou 3 procent groter zijn geweest als de Britten niet voor een Brexit hadden gekozen, stelt kredietbeoordelaar S&P Global Ratings donderdag in een rapport.

De hoofdreden voor de zwakkere economie is de afname van economische activiteit in het Verenigd Koninkrijk. Sinds het referendum van juni 2016 zijn de Britten per kwartaal zo'n 6,6 miljard Britse pond (ongeveer 7,7 miljard euro) aan economische activiteit verloren, stelt het rapport.

Als de Britten niet hadden gekozen voor een Brexit-referendum, was de economische groei volgens S&P per kwartaal 0,7 procent geweest. Sinds het referendum is de Britse economie per kwartaal met gemiddeld 0,43 procent gegroeid.

Het meest belangrijke gevolg van het referendum voor de Britse economie, was de verzwakking van het Britse pond, stelt het rapport. Deze daalde na het referendum meteen met 18 procent. "Via inflatie heeft dit zijn gevolgen gehad voor de Britse economie", schrijft de kredietbeoordelaar.

Door de verzwakte munt zijn geïmporteerde producten duurder geworden. Dit heeft volgens de kredietbeoordelaar geleid tot een hogere inflatie. S&P Global Ratings schat dat de inflatie in het derde kwartaal van 2017 zo'n 1,8 procent hoger lag dan zonder de Brexit-onzekerheid. Als gevolg hiervan daalden de consumentenuitgaven van de Britse bevolking.