Sinds de uitslag van het Brexit-referendum in 2016 is de groei van de export van Nederlandse bedrijven naar het Verenigd Koninkrijk vrijwel tot stilstand gekomen, meldt het economisch bureau van ING dinsdag.

"De economische pijn van Brexit is duidelijk, zelfs voordat het VK de EU verlaat", aldus ING.

Gedurende 2018 kromp de waarde van de Nederlandse export naar het VK met bijna 11 miljard euro, voornamelijk door de daling van de waarde van de Britse munteenheid en de afnemende vraag onder Britse producenten en consumenten. Doordat het pond minder waard werd, werden producten van buiten het VK logischerwijs duurder voor de Britten.

De export naar andere landen groeide daarentegen juist met 17 procent. Dit zorgt ervoor dat Nederlandse bedrijven de "Brexit-pijn" wat minder voelen.

Vooral bedrijven die veel zakendoen met het VK, zoals in de visserij, industrie, transport en handel, zeggen last te hebben van de uittredingsplannen. Begin 2019 is het aandeel bedrijven die verwachten last te krijgen van de Brexit naar 25 procent gegroeid.

Ook de toerismesector merkt de effecten van het uittredingstraject. In 2017 was de groei van het aandeel overnachtingen van Britse toeristen in Nederland nog bijna 11 procent, in 2018 was dit afgenomen naar 1,6 procent.