Goede vooruitgang wordt geboekt in de gesprekken over een nieuwe positie van Groot-Brittannië in de Europese Unie. Maar de eis van de Britten om werknemers uit andere EU-landen voor vier jaar sociale voorzieningen te weigeren, ligt politiek zo gevoelig dat daarvoor meer overleg op het hoogste niveau nodig is.

Dat schrijft EU-president Donald Tusk maandag in een brief naar de 28 regeringsleiders en staatshoofden van de Europese Unie. Tusk bemiddelt om een vertrek van Groot-Brittannië uit de EU (Brexit) tegen te gaan.

Tijdens de top van de leiders op 17 en 18 december in Brussel moet over dit punt ''een substantieel debat'' worden gevoerd. In februari moet dan overeenstemming worden bereikt over alle punten, schrijft Tusk. ''Onzekerheid over de toekomst van Groot-Brittannië in de Europese Unie is een destabiliserende factor.''

Groot-Brittannië zal uiterlijk in 2017 een referendum houden over de vraag of het land lid blijft van de EU. Voor die tijd wil de Britse premier David Cameron een deal met de EU sluiten.

Vier punten

Cameron zet in op vier punten: de positie van niet-eurolanden, het afdragen van zeggenschap aan Brussel, betere regelgeving en de wens dat nieuwkomers moeten wachten voordat ze in aanmerking komen voor uitkeringen en sociale huisvesting. Over dit laatste punt moet meer uitleg komen, aldus Tusk.

''Tot nu toe is er goede voortgang geboekt'', schrijft Tusk. Maar er is meer tijd nodig om over alle eisen een precies antwoord te formuleren. Tusk signaleert dat er ''sterke wil' is bij alle partijen om tegemoet te komen aan de Britse eisen én tegelijkertijd een deal te sluiten die goed uitpakt voor de hele EU.

Cameron zei in een reactie blij te zijn met die "sterke wil", maar wel te blijven aandringen op een wachttijd voor uitkeringen.