De gemeente Breda heeft ondanks de coronacrisis vorig jaar een kleine 15 miljoen euro overgehouden. Die meevaller is vooral te danken aan extra financiële steun van het Rijk, constateert Rekenkamer Breda in een rapport over het jaarverslag van de gemeente.

Volgens de onafhankelijke rekenmeesters van Rekenkamer Breda valt er nog wel wat te verbeteren aan de manier waarop het college van burgemeester en wethouders hun uitgaven verantwoorden. Want ondanks de meevaller van 15 miljoen euro is er ook heel wat onzekerheid en zijn de risico's onduidelijk.

Zo maakt Rekenkamer Breda zich zorgen over de toekomstige financiering van onder meer de openbare ruimte, maar ook het sociaal domein. Onder het sociaal domein vallen Wmo, schuldhulp en jeugdzorg.

Het is niet de eerste keer dat de gemeente kritiek krijgt op haar financiële beleid. Begin dit jaar liet ook de provincie Noord-Brabant weten dat Breda er te makkelijk van uitgaat dat het Rijk potentiële tegenvallers, zoals in de jeugdzorg, zal wegwerken.

Rekenkamer Breda is zich ervan bewust dat 2020 een bijzonder jaar is geweest, ook voor het college van burgemeester en wethouders. De onafhankelijke rekenmeesters onderstrepen dat hun kritiek vooral opbouwend bedoeld is: "Sorry dat we kritiek leveren, maar dat is onze taak."

Den Haag heeft zo'n 2,5 miljoen euro toegezegd voor het aanpakken van de coronacrisis, maar het is onzeker of dat geld ook daadwerkelijk wordt gestort.