De gemeente Breda heeft ten onrechte een bouw(omgevings)vergunning voor een kamerverhuurpand in de Baronielaan ingetrokken, zo oordeelt de Raad van State vrijdag in een einduitspraak.

Met de uitspraak verwerpt de Raad van State het hoger beroep van het gemeentebestuur van Breda. Duidelijk is dat het gemeentebestuur de kamerverhuurvergunning van ontwikkelaar en verhuurder Bas van Boxtel om de verkeerde redenen heeft ingetrokken.

Breda trok de vergunning voor zeven kamers in omdat de verhuurder tegen de afspraken in een inpandige fietsenstalling bij een verhuurde kamer zou hebben getrokken. Van Boxtel had de fietsenstalling naar de achtertuin verplaatst. Daarover klaagde de buurtvereniging Baronielaan Willem van Oranjelaan bij de gemeente, die vervolgens een dwangsom oplegde en de vergunning introk.

Ten onrechte, aldus de hoogste bestuursrechter, die vaststelt dat het gemeentebestuur niet heeft kunnen aangeven op welke punten de vergunningsaanvraag van Van Boxtel niet deugde. Dat daarin niet stond dat een deel van de ruimte later als kamer verhuurd zou worden, doet volgens de Raad van State niet ter zake. Dat gebeurde immers pas later en niet ten tijde van de vergunningverlening.

Van Boxtel heeft zijn vergunning terug. Of hij de ruimtes weer als kamer mag verhuren, is echter niet zeker. Ook de dwangsom die de gemeente oplegde om de kamerbewoning ongedaan te maken, is van tafel.