Het idee dat heel de gemeente Breda, op een paar doorgaande wegen na, een 30 kilometer per uur-zone wordt, leidt tot verhit debat in de gemeenteraad. Ook voorstellen om de binnenstad minder toegankelijk te maken voor auto's zorgen voor geschrokken reacties: "Dadelijk kan alleen de elite nog met de auto naar het centrum komen."

VVD-raadslid Eddie Förster maakt zich al een tijd zorgen om de motie van GroenLinks en SGP die oktober vorig jaar in de Tweede Kamer is aangenomen. Daarin staat dat een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur voortaan de standaard in de bebouwde kom moet zijn.

Of het ook echt zo ver komt, ligt aan het nu demissionaire kabinet, maar het idee wordt nu ook van stal gehaald in het debat rond de Mobiliteitsvisie Breda. Daarin staat hoe de toekomst van het lokale verkeer eruit kan zien.

Voor lokale GroenLinks-politici als raadslid Thom Dijkstra is de motie een uitgelezen kans om alvast voor te sorteren op zo'n gemeentebreed uitgerold 30 kilometer per uur-regime. Tijdens een vergadering van de raad liet Dijkstra donderdagavond weten dat het wat hem betreft tijd wordt voor zo'n ingreep, ter bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers als fietsers en voetgangers.

Förster had het nadrukkelijk voor de auto opgenomen. Die gaat zijn partij de stad niet uit pesten, beloofde hij. De liberaal vindt allerlei alternatieve plannen van "experts en politici" niet realistisch: "Misschien bereiken we het centrum over twintig jaar met een vliegend tapijt, maar tot die tijd faciliteren wij de realiteit."

Raadslid Förster is niet de enige die sceptisch is over stadsbrede snelheidsbeperkingen. Rob Sips (PvdA) zei dat zo'n ingreep "mooi klinkt, maar dat er ook grote consequenties aan zijn verbonden". "Veel straten zijn niet als 30 kilometer per uur-zone ingericht. Aanpassing gaat veel geld kosten. Dat baart mij wel zorgen", aldus Sips.