Bij de gemeente Breda zijn vorig jaar 112 gevallen van bijstandsfraude gemeld; 46 minder dan in 2019. De fraudezaken hebben vooral te maken met het verkeerd doorgeven van de woonsituatie.

Dat schrijft het college van burgemeester en wethouders in antwoord op vragen van gemeenteraadslid Christine de Moor (CDA).

Moor stelde de vragen vanwege een vrouw in de gemeente Wijdemeren die 7.000 euro aan te veel ontvangen bijstand terug moest betalen. De vrouw kreeg drie jaar lang elke week een tas vol boodschappen van haar moeder zonder dat te melden. Moor wilde daarom weten wat de rechten en plichten in Breda zijn.

Slechts 2 procent van de ongeveer 5.600 personen in de bijstand heeft vorig jaar met fraude te maken gekregen. In de helft van de gevallen ging het om een "onjuiste opgave van de woonsituatie". Dat is wanneer iemand bijvoorbeeld samenwoont zonder dit te melden. Ongeveer een kwart van de bijstandsfraude in Breda heeft te maken met zwarte bijklussen.

Het stadsbestuur zegt dat giften, schenkingen en leningen altijd gemeld moeten worden. Op basis van die informatie wordt bekeken of er een reden is om te korten op de uitkering. "Maar we hebben de ruimte om individuele gevallen maatwerk te leveren", aldus het college.

Het college van burgemeester en wethouders gaat ook werk maken van de zogeheten 'kostendelersnorm'. Die houdt in dat een bijstandsuitkering lager wordt, naarmate er meer volwassenen in een huis wonen.

In mei vorig jaar heeft de gemeenteraad unaniem een motie aangenomen. Hierin staat dat er uitzonderingen moeten komen voor mensen die bijvoorbeeld met een beperking kampen. Daar worstelt het college mee, want landelijke richtlijnen laten uitzonderingen niet toe.