De boete van 1.360 euro die café De Kater aan de Havermarkt in Breda kreeg voor het serveren van alcohol aan minderjarigen is voorlopig van tafel. De rechter oordeelt dat de gemeente het bezwaar dat de eigenaar daartegen had ingediend ten onrechte als 'niet-ontvankelijk' heeft beoordeeld.

Breda kwam tot die conclusie omdat het bezwaar te laat zou zijn ingediend. Maar de rechter zet daar een streep door.

De kwestie loopt al enige jaren. In september 2017 werd het café gecontroleerd door toezichthouders. Die kregen drank zonder dat gevraagd werd naar legitimatie. In mei 2018 werd de horecagelegenheid een tweede keer bezocht en ook toen kreeg iemand een borrel zonder dat werd vastgesteld of die persoon wel achttien jaar of ouder was.

Te laat bezwaar gemaakt

Reden voor de gemeente op 2 juli dat jaar aan te kondigen van plan te zijn een boete uit te schrijven van 1.360 euro. De kroeghouder maakte daartegen bezwaar en stelt daarna een jaar lang niets meer te hebben gehoord over de zaak.

Op 7 september 2019 kreeg hij een factuur binnen van de gemeente voor de 1.360 euro. In een mail schreef de gemeente dat op 8 augustus 2018 het definitieve besluit zou zijn doorgestuurd en dat hij nu echt het geld moet overmaken. De eigenaar maakte daartegen bezwaar op 30 september 2019 en stelde de brief van augustus 2018 nooit te hebben ontvangen. De gemeente kon bovendien niet bewijzen dat het schrijven van 2018 aangetekend is verstuurd.

Toch vindt de gemeente de kroegeigenaar te laat bezwaar heeft gemaakt. Hij had dat binnen twee weken na het ontvangen van de factuur moeten doen. Maar de rechter is het daar niet mee eens. Door het ontbreken van de oorspronkelijke brief geldt de normale bezwaartermijn van zes weken. Reden het besluit om de kroegeigenaar 'niet-ontvankelijk' te verklaren van tafel te vegen.

De uitspraak van de rechter betekent dat de gemeente zes weken de tijd heeft een nieuw besluit te nemen en inhoudelijk in te gaan op de bezwaren van de eigenaar.