De daklozenopvang van de gemeente Breda aan de Slingerweg gaat volgend voorjaar tegen de vlakte, om plaats te maken voor een compleet nieuw gebouw.

De daklozen worden tijdens de werkzaamheden voorlopig ondergebracht in een gebouw van Atea aan de Riethil 12. Daar is geen ruimte voor een speciale winteropvang. Daarvoor wordt tijdelijk een oud schoolgebouw aan de Nansenstraat in het Heuvelkwartier in gebruik genomen.

Het was in eerste instantie de bedoeling dat de daklozen gedurende sloop en nieuwbouw gebruik zouden kunnen blijven maken van de oudbouw aan de Slingerweg. Maar toen stak het coronavirus zijn kop op.

Er is simpelweg niet genoeg ruimte om bijvoorbeeld aan de 1,5 meter afstandsnorm te voldoen, vertellen de wethouders Miriam Haagh (Maatschappelijke Opvang, PvdA) en Paul de Beer (Stedelijke Ontwikkeling, D66). Dat is lastig, zeker met winter in aantocht. Daarom is besloten om gedurende sloop en nieuwbouw uit te wijken naar andere panden.

Ontwerp

Het ontwerp voor de nieuwe daklozenopvang aan de Slingerweg is getekend door Rienks Architecten uit Breda. "Ze noemen het zelf een kloek gebouw", zegt Haagh, die erg te spreken is over het 'open karakter' van het project dat 4,8 miljoen euro kost.

In quarantaine

Het idee is dus al wat ouder, maar toch heeft de coronacrisis gevolgen voor het definitieve ontwerp van de opvang. Er komen meer kamers waarin mensen in quarantaine kunnen gaan en het trappenhuis is aangepast: een aparte trap voor mensen die naar boven willen en een aparte trap voor wie naar beneden wil.

Wat ook opvalt aan de nieuwbouw waar maximaal veertig mensen terecht kunnen, is dat er geen hek omheen staat. "We gaan er van uit dat zoiets niet nodig is", zegt De Beer. "De situatie is niet meer te vergelijken met een paar jaar geleden, toen er veel meer drugsverslaafden en dames van lichte zeden bij de Slingerweg waren."

Via welzijnsorganisatie SMO hebben ook daklozen een inbreng gehad bij de planvorming. "Ze willen veilig zitten, met een goed overzicht, op een plek waar ze echt tot rust komen", aldus Haagh. Daarom is de toekomstige inrichting niet te vergelijken met het huidige kille, uitgewoonde en compleet niet duurzame gebouw. Er wordt midden in het pand zelfs een boom geplant die door het dak heen groeit.