De gemeente Breda is te spreken over het beleid om mensen in de bijstand een tegenprestatie te laten leveren. Tussen 1 april vorig jaar en 1 april dit jaar hebben 674 cliënten zo'n prestatie geleverd, bij ongeveer vierhonderd organisaties.

De gemeenteraad stemde vorig jaar in met het aangescherpte beleid om mensen in de bijstand een passende tegenprestatie van twintig uur in de week te laten leveren. Cliënten waren vooral actief in het vrijwilligerswerk, maar ook in mantelzorg, taalcursussen en het volgen van opleidingen.

"We hebben afgelopen jaar geleerd en laten zien dat investeren met aandacht in mensen werkt. Op die manier raken zij ook gemotiveerd om iets terug te doen voor het ontvangen van een uitkering. Voor een aantal cliënten was dit ook een aansporing om meer onder de mensen te komen. Ik heb presentaties van mensen bijgewoond die daarvan mooie voorbeelden gaven", zegt VVD-wethouder Boaz Adank.

"De tegenprestatie maakt mensen actief. Ze krijgen meer zelfvertrouwen, leren nieuwe vaardigheden en leren nieuwe mensen kennen. Ze voelen zich weer gezien en gehoord en zijn blij met de waardering die zij krijgen. Dat is goed voor de cliënten zelf en goed voor de stad", aldus Adank.

De uitkomsten van de evaluatie zorgen ervoor dat het beleid in de komende jaren op dezelfde wijze kan worden voortgezet. Vanwege de coronacrisis heeft het college van burgemeester en wethouders wel besloten om tot 1 oktober tijdelijk geen uitvoering aan het beleid te geven. Daar waar het volgens de richtlijnen kan, mag de tegenprestatie wel uitgevoerd worden.