Breda heeft sinds de aanpassing van de Algemeen Plaatselijke Verordering vorig jaar juni negen keer een boete uitgedeeld voor overtreding van het bedelverbod. Dat blijkt uit een opgave die het college heeft gestuurd naar Inge Verdaasdonk van de SP.

Verdaasdonk stelde naar aanleiding van het vorig jaar gewijzigde beleid een aantal vragen over de uitgedeelde boetes. Naar blijkt zijn de negen boetes uitgedeeld aan twee overtreders: een persoon kreeg zes keer een boete, de ander drie keer. Of de boetes daadwerkelijk betaald zijn, is door de gemeente niet te achterhalen bij het CJIB in verband met de AVG. De boetes werden uitgeschreven tussen 23 januari en half mei.

In het antwoord geeft het college aan dat er niet zomaar boetes uitgedeeld worden en dat het bedelverbod vooral gericht is op de aanpak van criminele bedelaars of bendes. "Het op straat om geld vragen wordt op zichzelf niet als overlast getypeerd." Personen die herhaaldelijk op hinderlijk gedrag betrapt worden, krijgen eerst een waarschuwing. Bij hinderlijk gedrag gaat het volgens het college bijvoorbeeld om het nalopen van mensen, ongewenste aanraking, onbeleefd reageren of schreeuwen.

Het bekeuren is een laatste stap. "Voordat tot bekeuren wordt overgegaan, is er altijd contact met mensen in de zorgketen. Dit om te bezien of de persoon een zorgmijder is en om in gezamenlijkheid te bekijken wat de gewenste aanpak is."

Voordat de betreffende personen beboet werden, is er contact geweest met Stichting Maatschappelijke Opvang (SMO), zo laten burgemeester en wethouders weten. Verdaasdonk dringt er in haar vragen op aan te stoppen met het beboeten van overtreders van het bedelverbod. Dat gaat het college niet doen. "Deze vorm van repressie is helaas in sommige gevallen nodig indien andere maatregelen geen soelaas bieden."