De gemeente Breda gaat de manier waarop met wijkcentra in de gemeente wordt omgegaan aanpakken. Die aanpak houdt onder meer in dat de gemeente de eigenaarslasten van de centra op zich neemt.

Dat schrijft wethouder Patrick van Lunteren in de nota Beleid Wijkcentra, die hij aan de raad aanbiedt.

De aanpak vloeit voort uit de nota rond gemeentelijk vastgoed, geeft Van Lunteren aan. "Daarin hebben we aangegeven waar ons vastgoed voor gebruikt wordt en wat de maatschappelijke functie ervan is. Is die er niet, dan kan het verkocht worden."

De wijkcentra hebben een maatschappelijke functie. In de periode 2010-2011 werd gemeentelijk vastgoed verkocht om het verlies op het gemeentelijke Grondbedrijf de compenseren.

2030

Ook een aantal buurthuizen moesten er toen aan geloven. Dat is voorlopig niet meer aan de orde. "We hebben van de huidige wijkcentra gezegd dat ze dat in principe tot 2030 blijven."

De buurthuizen hebben daarmee geen vrijbrief om te doen en te laten wat ze willen. "Elke twee jaar kijken we of ze voldoen aan de doelstellingen", aldus de SP-wethouder. "Die doelstellingen liggen voornamelijk in het sociaal domein. Bieden ze ruimte aan initiatieven uit de wijk en op gebied van WMO, sport en cultuur en zijn ze meer dan alleen zalenverhuur. Kortom, wat doen ze om de wijk vooruit te helpen."

Andere afspraken

De subsidiestroom naar de wijkcentra wordt daarom vereenvoudigd én geuniformiseerd. "Bijna met elk wijkcentrum waren andere afspraken", geeft Van Lunteren aan. "Van buurthuizen in ons eigen bezit blijven de eigendomslasten voor onze rekening, zoals de hypotheeklasten. De beheerders betalen de exploitatie dus het gas, water en licht en hun inventaris."

Gebruikers die de centra gebruiken kunnen uit de activiteitensubsidie de huur van ruimte en faciliteiten in de buurthuizen betalen. "Op die manier steunen we initiatieven in de wijk en maken we het beheer voor de vrijwilligers eenvoudiger."

Multifunctioneel

Van Lunteren hoopt de komende tijd ook de drie multifunctionele accommodaties te kunnen helpen. "Want daar ligt nog wel een opgave", geeft hij aan, verwijzend naar de complexe beheersituatie van het Huis van de Heuvel, Olympia en Noorderlicht.

De maatregelen kosten geen extra geld. "We halen die uit de bestaande budgetten, maar we schuiven het wel van het ene potje naar het andere. Vandaar dat we ook dit financiële aspect moeten voorleggen aan de raad."