De buurtbewoners van Prinsenbeek gaan bezwaar aantekenen wanneer een vergunning wordt verleend om in hun wijk twaalf alleenstaande statushouders te huisvesten.Dat vertelt buurtbewoner Rob Joosen. 

Wordt dat bezwaar ongegrond verklaard, dan stappen ze naar de rechter.

De gemeente wil in drie leegstaande huizen in Prinsenbeek twaalf alleenstaande statushouders laten wonen. Dat wordt gedaan door Woonstichting Laurentius. Verschillende buurtgenoten zijn daar niet blij mee.  Ze vinden dat ze onvoldoende zijn geïnformeerd en balen dat ze geen inspraak hebben.

Mede daarom vond maandag 22 februari een informatiebijeenkomst plaats waarin de gemeente antwoorden zou geven op vragen van bewoners. Of Joosen daar iets wijzer van werd? “Nee. We zijn in principe niks wijzer geworden.”

De buurtbewoner doelt onder meer op het omzeilen en niet beantwoorden van vragen door de wethouder. Toch is hij wel ergens achter gekomen: “Dat de wethouder een standpunt heeft waar hij niet vanaf wil wijken.”

Medewerking

“De wethouder stond totaal niet open voor het aanbod van de wijk om te zeggen van ‘joh, wij bieden jou nu de mogelijkheid om dit project heel goed te laten verlopen als jij ervoor kiest om hier drie gezinnen neer te zetten. Dan win je op minstens drie vlakken. Medewerking vanuit de buurt, het voorkomen van allerlei gerechtelijke bezwaren en procedures en je scoort als gemeente Breda zijnde door te laten zien dat je wel degelijk luistert naar de eigen burgers.’”

Volgens Joosen wil de gemeente alleen meedenken over oplossingen achteraf. Denk aan: mocht het fout gaan, hoe kun je daar dan snel op reageren? “Maar vooralsnog is de buurt niet bereid om daar over na te denken. Omdat we in eerste instantie niet heel erg tevreden zijn over de manier waarop de gemeente naar ons wil luisteren. Dan denken een hoop mensen in de buurt: waarom zouden we dan wel naar de gemeente luisteren?”

Het bezwaar en de rechter

Het proces voor de buurtbewoners ziet er nu als volgt uit: Op het moment dat de vergunning wordt verleend, tekenen de bewoners bezwaar aan. Dat heeft volgens Joosen geen opschortende werking. Ofwel: Laurentius mag tijdens die procedure statushouders plaatsen.

“Maar als het bezwaar op een andere manier wordt aangepakt dan kan er wel een opschortende werking inzitten. Mocht die bezwaarperiode niet goed worden afgerond doordat het bezwaar in prullenbak de verdwijnt, dan is de gang naar de rechter de volgende stap. Die gaan wij ook zeker nemen op het moment dat dat nodig blijkt te zijn.”