Breda heeft een brede werkgroep gevormd die het gemeentelijk prostitutiebeleid moet evalueren.

Dat meldt het college in antwoorden op vragen van VVD Breda over legale prostitutie in de stad.

De werkgroep is volgens het college nodig gezien de aankomende wetswijziging, de verouderde regelgeving en verschuivingen in de prostitutiebranche. Ook is er een beeldvorming ontstaan die de suggestie wekt dat Breda legale prostitutie tegenwerkt, aldus het college.

Momenteel kent Breda twee vergunde bedrijven waar prostitutie plaatsvindt. De Reeperbahn, eerder een legaal bedrijf, is in 2013 gesloten wegens het niet nakomen van de regelgeving. De gemeente heeft toen besloten de vergunning niet te verlengen.

Wel is hierdoor volgens de VVD het beeld ontstaan dat Breda de legale prostitutie doelbewust en ongefundeerd tegenwerkt.

Volgens het college is geen sprake van tegenwerking. "Als regels worden overtreden volgen eerst waarschuwingen en later ook maatregelen. In dit kader handelt de burgemeester volgens het 'Het rode licht uit de schemer', het handhavingsbeleid voor horecabedrijven."

Beeldvorming

Wel denkt het college te weten hoe de beeldvorming is ontstaan. "De bij het bedoelde bedrijf werkzame personen hebben sinds 2013 diverse interviews gegeven aan media waarna de aangehaalde suggestie is gepubliceerd. Dat heeft wellicht bijgedragen aan deze vertekende beeldvorming."

De gemeente zegt zich ook in te spannen "voor een zorgvuldige vergunningverlening, Bibob-onderzoek en regulier toezicht op de prostitutiebranche."

Daarnaast neemt Breda ook deel aan het uitstapprogramma (RUPS II) voor prostituees. Dit programma is bedoeld om prostituees te helpen uit het vak te stappen, omdat zij tegen hun wil actief zijn als prostituee.

"Indien er sprake is van seksueel geweld in relatie tot uitbuiting, is een scenarioteam van 'Veilig Thuis' aangewezen", aldus de gemeente.