De maatregelen die het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft genomen om het geluid van de HSL-Zuid terug te dringen blijken minder effectief dan gedacht. Hierdoor is de geluidsoverlast bij Breda één decibel hoger dan toegestaan. 

Het ministerie wil niet meer dan 70 miljoen extra uitgeven om het geluid van de treinen terug te dringen. Voorzitter Floris van de Vooren van Stichting Geen Gehoor HSL Regio Breda betwijfelt of dit voldoende is.

Stichting Geen Gehoor HSL Regio Breda, Prorail en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu bespraken afgelopen maandag in een bijeenkomst de resulaten van het onderzoek en de mogelijke maatregel. Inzet; de geluidsbelasting van de HSL-lijn.

De voorzitter van de stichting is weinig te spreken over de voorstellen van het ministerie. In principe vindt hij dat het ministerie gewoon moet uitvoeren wat ze eerder had afgesproken. Dat wil zeggen, rails op een bed van kiezelstenen, in plaats van het beton dat er nu ligt, en geluidswallen die voorzien zijn van geluidswerend materiaal.

"Het is een fout van het ministerie dat ze zich niet hebben gehouden aan hun eigen tracébesluit. We vinden dat de veroorzaker ook de hersteller moet zijn."

Van Vooren wijst erop dat de beloofde geluidswerende maatregelen maar anderhalf procent kosten van het gehele budget voor de treinverbinding. "Dat bedrag staat in schril contrast met de kosten die gemaakt zijn om tunnels onder weilanden aan te leggen en om bovenmasten aan te schaffen die perse van een bijzonder ontwerp moesten zijn."

Tijdens de bijeenkomst voor zo’n honderd bezorgde burgers toonde de stichting zich ook van zijn pragmatische kant. "We kiezen voor een principiële benadering en daarbinnen komen we met varianten", vertelt Van Vooren.

Zo stelt de stichting voor om de spoorlijn te voorzien van zand dat bewerkt is met een middel waardoor het niet gaat stuiven. Dit zou het geluid al aanzienlijk terugdringen.