Vermoedelijke leden van de jihadistische terroristische groepering Boko Haram hebben vrijdagavond in het noordoosten van Nigeria achttien mensen doodgestoken. Dat melden plaatselijke functionarissen en ooggetuigen zaterdag.

De aanvallers waren gewapend met messen en zwaarden. Na het vallen van de avond vielen ze inwoners van het stadje Banki aan.

Banki ligt aan de grens met Kameroen, 130 kilometer ten zuidoosten van de stad Maiduguri, die geldt als het epicentrum van de strijd tegen Boko Haram, die nu al acht jaar duurt.

De aanval op het stadje is de laatste in een serie aanslagen en aanvallen die het gebied in de laatste maanden teisteren. Die werpen twijfel op de bewering van de Nigeriaanse regering dat Boko Haram zo goed als verslagen is. Sinds 1 juni kwamen er tenminste 180 inwoners van Borno om het leven door het conflict.

Humanitaire crisis

In de afgelopen acht jaar heeft de strijd ten minste twintigduizend levens geëist en een van de grootste humanitaire crises ter wereld veroorzaakt.

Tienduizenden Nigerianen leven in omstandigheden die in de buurt van hongersnood komen en 5,2 miljoen mensen hebben onvoldoende toegang tot voedsel, zeggen de Verenigde Naties. Zo'n 8,5 miljoen mensen hebben een vorm van noodhulp nodig.