Van de Sahara naar de Noordpool: Fergus Fleming is van alle markten thuis, maar is vooral dol op reisgeschiedenissen. Onbewust schrijft hij met enorme flair een pleidooi voor meer verhalende geschiedschrijving.

Twee mannen, zo klein als speldenknopjes, steken schril af tegen de hoge, scherpe pieken van het desolate Arctische landschap. Als je de kaft van Flemings boek over de Noordpoolexpedities in de negentiende eeuw bekijkt, snap je eigenlijk niet wat de aantrekkingskracht van het poolgebied is.

Overlevenden van deze helletrip waren het met elkaar eens: de Noordpool was geen vriendelijke gastheer voor de negentiende-eeuwse ontdekkingsreiziger. "Een winter in het pakijs kan best spannend zijn als men erover leest bij de open haard in een comfortabel huis, maar in het echt kan een ervaring als deze een man vroeg oud maken", klaagde luitenant De Long in 1879.

De Long overleefde zijn poolavontuur niet.

Gevaarlijk

Ironisch eigenlijk. Tegenwoordig hebben de ijskappen op de Noordpool veel te verduren onder de opwarming van de aarde. De mens heeft het ijs ogenschijnlijk bedwongen. Zelfs toeristische trips naar de Noordpool behoren tot de mogelijkheden.

Een kleine eeuw terug was een reis naar de Noordpool nog niet zonder gevaren. Toch voeren vanaf de negentiende eeuw talloze ontdekkingsreizigers naar het magische noorden. Later probeerde men het zelfs met luchtballon en vliegtuig.

Vreemd genoeg barstte de ontdekkingslust wat de Noordpool betreft pas echt los nadat sir John Franklin met zijn hele bemanning in 1845 spoorloos verdween.

Onder het mom van zoekacties trokken diverse eerzuchtige mannen uit onder meer Amerika, Groot-Brittannië, Duitsland, Oostenrijk en Zweden naar het eeuwige pakijs met vaak net zulke rampzalige gevolgen als waarmee hun voorgangers te kampen hadden: scheepsrampen, gruwelijk koude winters, scheurbuik. Zelfs de dood loerde.

En als men dan thuiskwam werd men vaak overvallen door depressies of liep het op andere manieren verkeerd met hen af.

De pooltocht was gevaarlijk. Maar een verklaring voor deze poollust-ondanks-alles geeft Fergus Fleming in zijn boek niet echt - behalve die zoektocht naar Franklin dan. In het begin van de negentiende eeuw had men vermoedens van een open poolzee of zelfs een nieuw herbergzaam land.

Maar ook deze ideeën werden van hun glans ontdaan en vervaagden vrij snel.

Levendig beeld

Maar daar gaat het hem ook niet om. Fleming beschrijft de barre reizen van helden. Hij beschrijft wat hen overkwam, met welke rampen zij te maken kregen, welke fouten zij maakten, hun vindingrijkheid in het oplossen van onmogelijke problemen.

Daarbij maakt hij gretig gebruik van log- en dagboeken van de poolhelden. Voor de bredere context maakte Fleming handig gebruik van kranten en tijdschriften uit de negentiende eeuw, waaronder die van krantenmagnaat Bennett, die De Long naar de Noordpool joeg. Dat daarbij niet alles volgens plan liep gaf niets, des te sensationeler werd het verhaal en des te meer kranten verkocht hij.

Flemings narratief is beschrijvend. De spannende reisverslagen van de expeditieleden lezen als een jongensboek. Hulde aan Fleming dus, in een tijd waarin geschiedenis met een hardnekkig trauma van vermeende onwetenschappelijkheid worstelt.

Fleming valt niet voor statistieken, maar betrekt de lezer met meer tot de verbeelding sprekende feiten in de eenzaamheid van het grauwe poollandschap.

Partijdigheid

Fleming brengt geschiedenis bij de mensen thuis, in plaats van ze te behouden voor het ivoren torentje van de historici. Dat bewees hij al eerder met zijn lijvige Het Zwaard en het Kruis waarin hij onder meer het spannende kolonisatieavontuur van Laperrine en De Foucauld in de Sahara vastlegde. In Negentig Graden Noorderbreedte gaat Fleming net zo nauwgezet te werk als in dit boek. Geen wonder dat Fleming door velen als dé populaire geschiedschrijver wordt gezien.

Maar er zijn kanttekeningen te plaatsen bij deze populaire benadering van de geschiedschrijving. Zo kun je bij Fleming van enige partijdigheid spreken. In Het Zwaard en het Kruis kwamen de Fransen er bij de Britse auteur wat bekaaider van af dan de Britten en ook in dit boek spreekt Fleming soms met iets teveel dédain over die arme, domme en vooral onvoorbereide ontdekkingsreizigertjes. Natuurlijk waren veel van de ondernomen expedities dwaas, maar die moeten wel bezien worden in de context van de negentiende eeuw toen Jules Verne-achtige heldendom nog een groot goed was.

Bovendien werd informatie nog lang niet zo goed onder iedereen gedistribueerd als nu, bang als men was voor concurrentie. Of er bestonden gewoonweg nog geen middelen voor.

Pas tegen het einde van de negentiende eeuw begon men de pool pas écht te bedwingen. Peary, Cook, Amundsen en Byrd claimen allen als eerste op het Noordelijkste puntje van de aardbol geweest te zijn.

In 1948 staan de eerste mensen - Russen gestuurd door Stalin - daadwerkelijk op de Noordpool. Tot die tijd zijn de expedities vaak een herhaling van talloze rampen en mislukkingen.

Het is aan de vaardige pen van de fantastische verhalenverteller Fergus Fleming te danken dat deze geschiedenis inderdaad als een spannend verhaal leest bij de open haard in een comfortabel huis.

Oorspronkelijke titel: Ninety Degrees North

Uitgeverij: Atlas

Bestel dit boek direct:


Negentig graden noorderbreedte
Fergus Fleming