Ambitieuze en erotisch getinte roman voert ons langs een hele rits wereldsteden en even zoveel prachtpersonages die allen één schakel gemeen hebben: het meedogenloze stoute Peruaanse meisje waaraan hoofdpersoon Ricardo zijn hart verpand heeft.

Op het moment dat de van oorsprong Peruaanse Ricardo Somocurcio op vijftienjarige leeftijd verliefd raakt op het losbandige meisje 'Lily', kan hij nog niet vermoeden dat dit het begin is van een levenslang avontuur dat hem over bijna de gehele wereld zal voeren. Hij weet ook nog niet dat dit avontuur hem meer frustratie dan romantiek zal opleveren.

Het meisje slaagt er de daaropvolgende jaren telkens weer in om na grove leugens spoorloos te verdwijnen om daarna weer op de meest verrassende momenten en plaatsen in het leven van de getergde Ricardo op te duiken. Zo ontmoet hij haar weer als guerrillastrijdster in spe en later aan de arm van een Franse diplomaat in Parijs, als echtgenote van een rijke Britse paardenfokker in Londen en in de klauwen van een sadistische yakuzaleider in Tokio.

Stout meisje

De bijnaam die Somocurcio haar geeft - het stoute meisje - is raak: bij iedere ontmoeting heeft ze via list en bedrog een andere naam aangenomen en de discutabele sporen uit haar duistere verleden gewist. En hoezeer Ricardo haar ook tracht te vergeten, het lukt de arme sukkelaar maar niet haar te weerstaan. Natuurlijk maakt hij ook andere, meer alledaagse meisjes het hof, maar verder dan wat passieloos geneuzel tussen de lakens gaat dat ook weer niet.

Niet dat hij bij het stoute meisje meer kan verwachten, integendeel. Zij lijkt er vooral plezier in te scheppen zijn 'banale complimentjes' aan te horen om hem vervolgens net zo hard weer te laten vallen.

De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa moet likkebaardend achter zijn bureau hebben gezeten toen hij dit karakter al schrijvende creëerde: ze is de oervorm van de femme fatale zoals je die alleen in soaps en James Bondfilms tegenkomt.

Onderhoudend tussenspel

Voor de lezer is het smullen. Ik-persoon Ricardo is een nuchtere observator, maar wel een die met schilderachtige bewoordingen de sfeer en tijdsgeest van talloze wereldsteden zoals Miraflores in Peru, Parijs, Londen en Tokio in de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig weet te beschrijven.

Daarnaast maak je als lezer - naast dat verrukkelijke naamloze kreng waar Ricardo als een blok voor valt - kennis met een imposant rijtje bijpersonen die alle een connectie lijken te hebben met dat ene stoute meisje. Dat is gelijk de initiële spanning in het verhaal: wanneer en vooral waar gaat Ricardo haar deze keer weer tegen het lijf lopen en zal hij haar nu wel resoluut de deur wijzen?

Natuurlijk doet hij dat niet, dat is klip en klaar. Zelfs wanneer het meisje op de helft van het verhaal dan eindelijk voor armoedzaaier 'Ricardito' lijkt te kiezen, voorvoelt hij zelf al dat ook dit geluk niet al te lang kan en mag duren.

Dat de bladzijden tussen de vlammende ontmoetingen van het koppel-tegen-wil-en-dank als onderhoudend tussenspel lijken te fungeren is Vargas Llosa vergeven, juist door deze uitgekiende spanningsboog en de verrassende, prachtige bijfiguren.

Onzichtbaar bestaan

Naast dit masochistische kat-en-muisspel verwerkt Vargas Llosa - alsof het allemaal nog niet genoeg is - een subplot over het beroep van Ricardo. Als freelance tolk/vertaler reist de Peruaan, die van kindsbeen af aan al droomde over Parijs, over de hele wereld. Maar tegelijkertijd leeft hij een onzichtbaar en roemloos bestaan.

Een tolk leeft immers niet bij de gratie van zijn eigen mening, maar is een doorgeefluik voor de mening van anderen. Deze parabel wordt nog eens fijntjes verduidelijkt door het stoute meisje dat 'Peruaantje' Ricardo keer op keer als voetveeg gebruikt.

En waarom ook niet? Vargas Llosa lijkt het meisje haast een vrijbrief voor haar gedrag te verschaffen: zij is een avontuurlijk wezen dat heeft geprobeerd zich een weg naar de top te wrikken, terwijl bourgeois Ricardo - het lulletje rozenwater - blijft hangen in zijn armzalige bestaan en romantische, banale dromen.

Dat is mooi gevonden, maar we komen er eigenlijk nooit achter waarom hij nu als een blok blijft vallen voor een laaghartig kreng. Tegengestelden trekken elkaar blijkbaar aan en het moet gezegd: Vargas Llosa creëert hiermee een prachtig spanningsveld, dankbaar gebruik makend van één van de raadsels van dat gekke fenomeen dat liefde wordt genoemd.

Toch nog gevoel

Zo ongrijpbaar als het stoute meisje is voor Ricardo, zo ongenaakbaar blijft ze ook voor de lezer. Net als Ricardo leer je het meisje nooit écht kennen; slechts haar valse namen en verleden staan op de voorgrond. Daardoor blijft ze oppervlakkig, maar tegelijkertijd ook mysterieus en boeiend.

Dat dit niet verzandt in een conceptachtige truc die bij elke ontmoeting herhaald wordt, is te danken aan een handige plottwist waarin we een wat humanere kant van het meisje te zien krijgen. Wanneer zij een speciale band ontwikkelt met het stomme buurjongetje van Ricardo, blijkt ze zowaar gevoel te hebben.

Op een gegeven moment gunt Vargas Llosa ons zelfs een blik in haar verleden en geeft hij een reden voor haar gedrag. Op dit punt onderschat de schrijver zijn publiek echter: al vanaf het begin van het verhaal is duidelijk dat het stoute meisje alles heeft gedaan om haar eigen armoedige Peruaanse achtergrond te ontvluchten.

Jammer, zo'n vlekje op een verder heerlijk hortend en stotend verlopende liefdesavontuur.

Oorspronkelijke titel: Travesuras de la niña mala

Uitgeverij: Meulenhoff