Amos Oz - Plotseling Diep In Het Woud

Klassiek sprookje van politiek geëngageerd schrijver Amos Oz. Dit keer heeft hij een kort verhaal overgoten met een goedbedoeld, maar stroperig laagje moraal waar je het glazuur van je tanden op stukbijt.

Klassieke benadering

Er was eens een dorpje, ver hier vandaan, waaruit van de een op de andere nacht alle dieren verdwenen waren. Zo begint dit korte verhaal van de Israëlische Amos Oz weliswaar niet, maar het had wel zo kúnnen beginnen. 'Plotseling Diep In Het Woud' heeft alle kenmerken van een klassiek sprookje: we hebben een onbekend, maar stereotiep herkenbaar dorp, omgeven door hoge bergen en angstaanjagend donkere bossen, de mysterieuze verdwijning van alle dieren - van tijgers tot houtwormen - en de volwassen bewoners die er angstvallig het zwijgen toedoen. Dat laatste heeft dan weer te maken met de bad guy - ook zo'n essentieel sprookjesingrediënt. De berggeest Nehi schijnt volgens de legende op een koude winternacht alle dieren meegenomen te hebben, het donkere woud in. Het dringende advies van de hardnekkig zwijgende bewoners aan hun kinderen luidt dan ook: ga nooit het bos in. Want wie weet overkomt je dan wel hetzelfde als Nimi, die sinds hij zich in het woud gewaagd heeft aan hinnikzucht lijdt.

Kleine heldjes

Natuurlijk, zoals het een klassiek sprookje betaamt, zijn er twee kleine recalcitrantjes die het advies van hun ouders in de wind slaan en wél op pad gaan. Aangestoken door de verhalen van schooljuf Emanuela - die zelf nog uit de tijd toen er nog dieren in het dorp rondscharrelden stamt - en hun eigen jeugdige nieuwsgierigheid trekken ze het bos in. Want horen ze beide af en toe niet in de verte wat dierengeluiden en hadden ze in het beekje geen visje ontdekt? Matti en Maya vormen de kern van het sprookje van Amos Oz, twee kleine heldjes van amper een paar lentes oud. Zij ontdekken uiteraard het grote geheim achter de plotselinge verdwijning van alle dieren, daar bestaat geen twijfel over. Maar juist dan komt de verrassing: het ogenschijnlijk simpele sprookje herbergt een dubbele laag.

Dikke stroop

Een dikke strooplaag dan, welteverstaan. Oz is een overtuigd pacifist en heeft een grondige hekel aan pesten. Het pestgedrag van de dorpsbewoners zorgde ervoor dat Nehi - die eigenlijk helemaal geen berggeest blijkt te zijn, maar een zielig mannetje - het dorp ontvluchtte en daarbij alle dieren die zich ook getreiterd voelden met zich meenam. Het gesar van de kinderen in het dorpje zorgde er weer voor dat de eerder genoemde hinnikende Nimi zich van het dorp afkeerde. Stiekem wisten de bewoners dat ook wel, ze zwijgen niet voor niets over het voorval met de dieren. Iets waar niet over wordt gesproken is ook geen probleem. De kleine helden van het verhaal zijn het echter roerend eens: dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren. Het stilzwijgen van de problemen in het dorp moet verbroken worden opdat dit nooit, maar dan ook nooit weer gebeurd.

Allegorie

Met zijn Israëlische achtergrond vraagt het verhaal van Amos Oz natuurlijk om een blik naar de situatie in het Midden-Oosten. Zijn boodschap wordt dan sympathiek - mede dankzij de ongeremde kinderheldjes en de ietwat markante dorpsbewoners. De moraal wordt evengoed zonder omhalen door de strot van de lezer geramd; zelfs de wolven leven vrolijk in harmonie met de konijntjes. Hoop doet leven, dacht Oz, en misschien trekt hij - in navolging van de Turkse Orhan Pamuk - wel de aandacht van enkele hoge heren die bloedvergieten tegenwoordig als een macabere soort van sportbedrijven zien.

Oorspronkelijke titel: Pitom Beomek Hajaär
Uitgeverij: De Bezige Bij

Tip de redactie