Van voetnoot tot centraal figuur: Mogolkeizer Bahadur Shah II krijgt door William Dalrymple een belangrijke plaats toebedeeld in de ontwikkelingen rondom The Great Mutiny van 1857 in India dat aan de vooravond stond van het Britse imperialisme (1858-1947).

Het lijkt zo simpel en toch hebben slechts weinig historici zich eraan gewaagd. William Dalrymple nam echter wel de moeite om de originele Indiase Mutiny Papers als uitgangspunt te nemen voor zijn omvangrijke studie over de grote opstand tegen de Britten in 1857. Terwijl de Britse kant van het verhaal inmiddels wel uitgeplozen is lagen de ruim 20.000 documenten in het Urdu en het Perzisch gewoon stof te vangen in het Indiase Nationaal Archief.

Het werd tijd voor een iets authentieker Indiaas licht op de gang van zaken. Immers, de Britse informatie is hoe dan ook gekleurd - zowel bewust als onbewust, gewoon omdat het in de tijdsgeest paste.

Leider tegen wil en dank

De laatste Mogolkeizer Bahadur Shah II, Zafar voor intimi, gaat van voetnoot in de glorieuze Mogolgeschiedenis in India tot centraal figuur van de grote rebellie onder de Sepoys, de Indiase manschappen van de Britse East India Company.

In de Britse bronnen werd Zafar lacherig afgeschilderd als de incompetente 'koning van Delhi', en niet als de almachtige heerser over het merendeel van het huidige India. Hij kroop bovendien liever terug in zijn luxueuze schulp dan dat hij de confrontatie met de East India Company zocht, terwijl deze toch stukje bij beetje meer van zijn macht probeerde af te snoepen.

Dalrymple toont echter aan dat juist deze getergde keizer op 11 mei 1857 dé cruciale beslissing nam welke de opstand van de Sepoys in een gevaarlijke stroomversnelling bracht. Door zijn keizerlijke zegen te geven aan de groeiende groep opstandelingen werd de stokoude Zafar rebellenleider tegen wil en dank, een symbool van oude glorie, maar tevens marionet in handen van de brutale Sepoys.

Oude luister

De Mogolkeizer valt echter niets kwalijk te nemen: hij zag de situatie als zijn kans om zijn ooit zo imposante rijk weer in oude luister te herstellen. Geleid door een poëtische hang naar nostalgie en zijn plicht als heerser tegenover zowel zijn illustere voorouders als zijn nazaten probeerde hij zich staande te houden tussen twee vuren, de Britten en de Sepoys.

Zafar was ook degene die, in de traditie van zijn voorvader Akbar (1556-1605, probeerde het kwetsbare evenwicht te bewaren tussen moslims en hindoes. Uiteindelijk werd dit ook zijn ondergang. De Victoriaanse Britse regering voelde namelijk al aan dat de oude keizer met een moslim als vader en hindoe als moeder langzamerhand uitgroeide als symbool van verzet van beide religies. Nadat de Britten de bloederige opstand hadden neergeslagen werd ook Zafar weggebonjourd en kwijnde hij weg in gevangenschap.

Allure van een jongensboek

Toch heeft Dalrymple niet slechts een biografie willen schrijven van de laatste Mogolkeizer. 'The Last Mughal' is vooral een studie naar het Indiase perspectief op de Sepoy 'muiterij' van 1857, een van de meest beslissende gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis en de geschiedenis van het imperialisme in het bijzonder.

Dalrymple kiest voor een hybride aanpak: de grote lijnen worden uitgezet en details worden ingekleurd met geschiedschrijving op microniveau. Er wordt ingezoomd op sleutelfiguren, zowel aan Indiase als aan Britse zijde. Schokkend is bijvoorbeeld de bruutheid van John Nicholson en verbazingwekkend is de sekte die om hem heen werd gecreëerd.

Even zo schokkerend is de geweldadigheid waarmee de sepoys te werk gingen. Niemand werd ontzien, zelfs Westerse vrouwen en kinderen werden meedogenloos afgeslacht.

Dalrymple laat de lezer op voortreffelijke wijze meeleven: slachtoffers van wie de levensgeschiedenis een paar bladzijden terug is opgetekend worden een paar pagina's later op gruwelijke wijze een kopje kleiner gemaakt. Dat sommige elementen en de gang van de gebeurtenissen aan de verbeeldingskracht van de auteur zijn ontsproten doet niets af aan het feit dat hij de taaie historische abstractie nu handen en voeten heeft gegeven.

De geschiedenis laat zich lezen als een spannend jongensboek. Juist die combinatie van feiten en een groot passioneel inlevingsvermogen maakt dat Dalrymple een krachtig historisch beeld schept van met name Delhi, het centrum van de opstand, in 1857.

Lesje geleerd?

Is Dalrymples visie op de Mutiny genuanceerd te noemen? Critici zouden kunnen beargumenteren dat 'The Last Mughal' teveel steunt op de Indiase zijde van de waarheid. Pure onzin! Dalrymple heeft dit boek juist geschreven om de Britse zijde naast de Indiase kant van het verhaal te kunnen leggen en zo tot een meer genuanceerde synthese te kunnen komen.

Zijn studie is niet dé definitieve studie, maar een onderdeel in het veel grotere geheel. Een mooie intentie, maar soms draaft ook deze briljante historicus door. Met het oog op de hedendaagse frictie tussen Oost en West, moslims en westerlingen schuift hij de westerlingen de zwarte piet toe.

In zijn conclusie haalt hij Edmund Burke aan: "Those who fail to learn from history are always destined to repeat it." Allemaal leuk en aardig, maar in feite is dat een ietwat verloren poging om zijn studie ook voor vandaag nog relevant te maken. Daarbij vergeet hij voor het gemak maar even dat de gebeurtenissen in het verleden in een totaal andere context plaatsvonden dan die van nu.

Bestel dit boek direct:


The Last Mughal
William Dalrymple