Robert Hutchinson - De Laatste Dagen Van Hendrik VIII

Uiterst smeuïg en gedetailleerd onderzoek naar het leven aan het hof van de aftakelende Engelse vorst Hendrik VIII. Hutchinson belooft een bloederig, maar ook droevig verhaal van een monster.

Hendrik VIII is misschien wel de beroemdste en wreedste koning uit de Engelse geschiedenis. Zijn verhaal lijkt onderhand wel volledig uitgeplozen te zijn. Verhalen over zijn zes vrouwen die niet allemaal even prettig aan hun einde zijn gekomen mede dankzij Hendrik zelf en verhandelingen over zijn suprematie over de Anglicaanse Kerk zijn er immers volop.

Maar hoe zit het met de laatste dagen van de tirannieke vorst; de aftakelende gezondheid van de iets te corpulente Hendrik, de strijdende facties aan het Engelse hof en zijn laatste militaire campagne in het buitenland? In zijn zoektocht naar originaliteit heeft kerkdocent Robert Hutchinson zich in zijn onderzoek voornamelijk beperkt tot de jaren 1543-1547.

Pijn en angst

Zo'n sterk afgebakende periode van vier jaar brengt de verplichting van diepgravend onderzoek met zich mee. In dit opzicht stelt Hutchinson niet teleur. Met smeuïge pen beschrijft hij het weelderige, maar vooral riskante Engelse hofleven tot in de puntjes. Het was een gevaarlijke eer de koning te kennen en te dienen, want in de laatste jaren van zijn leven werd hij gekweld door hevige pijnen gecombineerd met momenten van gekmakende paranoia.

Zijn naaste dienaren en hofhouding sidderden van angst, niets was zo wispelturig als de houding van de vorst. Zo bekleedde Thomas Cromwell de ene dag nog het prestigieuze ambt Lord Zegelbewaarder, de andere dag rolde zijn hoofd van het beulsblok.

Die dagelijks voelbare angst was waarschijnlijke een belangrijke factor in de vorming van een verraderlijke mentaliteit aan het hof; hij liever dan ik. Met name godsdienstige facties aan het hof bestookten elkaar met verregaande beschuldigingen van verraad en ketterij alsof het een lieve lust was.

Lachende derde Hendrik speelde het spel mee en strafte met harde hand: onthoofding en de brandstapel waren meer regel dan uitzondering. De enige persoon die de vorst uit zijn wreedheid kon verheffen en op wie Hendrik zich volledig kon verlaten was - ironisch genoeg - zijn trouwe nar Will Somers.

Gekonkel om de macht

Hoewel de ondertitel wervend spreekt over samenzwering, verraad en ketterij aan het hof van de stervende tiran, barstte het gekonkel om de macht pas ná Hendriks dood in alle hevigheid los. Edward VI, de enige mannelijke en wettige erfgenaam van de Engelse troon was nog te jong om te regeren en de Geheime Raad die dat in zijn plaats deed vocht om wie het meest in de melk te brokkelen had.

Daarnaast verrijkten de edelen aan het hof zichzelf op een schaamteloze manier aan de hand van een dubieus testament van de overleden vorst. Catherina Parr, de koningin-weduwe, kreeg het aan de stok met de nieuwe de facto first lady aan het hof, de hertogin van Somerset, om wie nu het meeste aanzien verdiende.

De hertog van Somserset was na de dood van de koning benoemd tot voogd van de jonge Edward en dat zinde Catherina geenszins. Catherina, die al zeer snel na de dood van haar man hertrouwde met haar ware liefde Thomas Seymour, was ook niet wars van wat macht en glorie.

Dicht op de huid

Nee, het was geen prettig toeven aan het hof van een groot vorst in de zestiende eeuw. Hutchinson bestrijdt het romantische beeld van het middeleeuwse vorstenleven met een vlammende passie en grote kennis van de tijdsgeest. Daarbij wekt hij de suggestie dicht op huid van Hendrik VIII te zitten, niet in de laatste plaats door de talloze veelzeggende citaten uit de correspondentie van hofleden, de koningin, koninklijke kinderen, dokters, apothekers en natuurlijk de vorst zelf.

Misschien wil hij zelfs wel iets té dicht op de huid van de vorst zitten. Niet alleen het wel en wee aan het Engelse hof komt aan bod, maar Hutchinson heeft ook getracht het psychotische gedrag van Hendrik te doorgronden. Terwijl hij de suggestie dat Hendrik syfilis onder de leden zou hebben van de hand wijst, wijt hij het gedrag van de vorst aan het Cushing-syndroom, een zeldzame ziekte die nu nog steeds patiënten maakt.

Hiermee geeft hij een nieuwe impuls aan de discussie, maar tegelijk eentje die vijfhonderd jaar na dato moeilijk hard te maken is. Hutchinson onderkent dit keurig, maar aan de andere kant maakt hij zijn onderzoek extra smeuïg door vrij suggestieve vooronderstellingen over wat hovelingen gevoeld moeten hebben of gezegd zouden kunnen hebben. Dat soort gespeculeer getuigt natuurlijk niet van wetenschappelijkheid, maar het oog wil ook wat.

Of de gevolgen van het Cushing-syndroom Hendrik achteraf gezien sympathieker zou moeten maken? Hutchinson onthoudt zich op dit punt wel weer van commentaar. Eén ding staat echter als een paal boven water: Hendriks relaas is er één van bloed, maar ook van tranen.

Uitgeverij: Houtekiet
Oorspronkelijke titel: The Last Days Of Henry VIII

Bestel dit boek direct:


De laatste dagen van Hendrik de VIII
R. Hutchinson

Tip de redactie