"Deze roman zal menige schaterlach aan de lezer ontlokken," pocht krasse knar José Saramago over zijn nieuwste boek. Een interessante uitspraak van de 84-jarige Nobelprijswinnaar. Humor is immers een louter persoonlijke aangelegenheid en juist wat betreft het onderwerp de dood is de goegemeente van tenminste het westelijk halfrond haast unaniem in het oordeel: daar lach je gewoon niet mee.

Toch speelt Saramago in 'Het Verzuim Van De Dood' met dit beladen onderwerp én met het oermenselijke verlangen om voor eens en altijd af te rekenen met die vermaledijde dood, als er in een fictief land van de ene op de andere dag simpelweg niemand meer overlijdt. Aanvankelijk gaan massaal de vlaggen uit en heerst vreugde over verbazing.

Geen utopie

Al snel blijkt deze schijnbare utopie echter een regelrechte hel te zijn; verzorgings- en ziekenhuizen stromen over, terminale patiënten blijven maar oneindig leven - soms zelfs vervaarlijk zwevend tussen de dood en het leven met al het naargeestige lijden van dien - begrafenisondernemers dreigen failliet te gaan en verzekeringsmaatschappijen kunnen onder andere het product levensverzekering uit hun pakket schrappen, wat een grove financiële aderlating betekent. Bijzonder geestig is de tussenkomt van een organisatie die zich de maphia noemt en mensen helpt de terminale gevallen in de familie illegaal de landsgrens over te brengen, waar de dood tenminste nog wel haar werk naar behoren doet.

Betweter

De oude en wijze Saramago weet wel beter. Dat de dood haar taak verzuimt is totaal geen pretje. In zijn inmiddels kenmerkende stijl van zwierige, lange zinnen met talloze komma's en even zovele bijzinnen beschrijft hij de totale ontwrichting van een maatschappij door een onverwachte nieuwe situatie die eerst nog zo zonnig toescheen. Niet alleen de bevolking zelf raakt ernstig in de war door het wegvallen van de enige zekerheid die het leven gaf, ook de overheid en zelfs de kerk - die volgens de schrijver alleen bij de gratie van het bestaan van de dood kan voortbestaan - beginnen 'm toch wel te knijpen als de dood inmiddels maanden niets van zich heeft laten horen.

Paarse brieven

Maar dan haalt Saramago op de helft van het boek ineens een andere truc uit de kast: de dood besluit haar taak plotseling weer op te pakken, met het verschil dit keer een humaner gezicht te tonen aan de mensheid in het land. De verdoemde krijgt voortaan een mooie paarse brief toegezonden met daarin de onheilsboodschap dat hij of zij over precies een week de pijp aan Maarten gaat geven. De tussenliggende tijd kan dan gebruikt worden om alles recht te breien wat tot dan toe nog krom was. Deze nieuwe regeling lijkt ook weer te appelleren aan een aloud verlangen van de mens, maar de dood was even vergeten dat de mens zó egoïstisch is dat de paarse doodsbrieven slechts tot angst leiden en niet tot het in reine komen met zichzelf en de omgeving van de ten dode opgeschreven stakker.

Wollig, maar geestig

Saramago heeft gelijk. Zijn vertelstijl, hoe wollig en een tikkeltje archaïsch decadent dan ook, is in feite heerlijk hilarisch. Van de grootse uitgangssituatie die hij zo plotsklaps presenteert aan het begin van zijn boek tot de kleine clichédialogen tussen verschillende personages die zo triviaal zijn dat ze bijna als banaal kunnen worden bestempeld: een glimlach valt niet te onderdrukken. Zo is de dood overigens ook maar een mens en dus feilbaar. Sterker nog, ze heeft niet door welke controle ze uitoefent over de mensheid en aan de andere kant kent ze haar grenzen maar al te goed. Ze is een vrouw met gevoelens, twijfels en één enorm probleem; wat doen we met de cellist die maar niet dood wil gaan? Ook al weer zo'n merkwaardige, maar typische Saramago-wending in het verhaal.

Afstand

Met al deze merkwaardigheden op een rij - hoe geestig en raak ook - slaagt de schrijver er toch niet in de lezer daadwerkelijk bij het verhaal te betrekken. Hij leidt ons in vogelvlucht over het ontredderde land en gunt ons onder andere een kijkje in de keuken van ministers, filosofen, mensen in rouw om hun familielid die maar niet dood te slaan is en zelfs vergaderingen van de paniekerige begrafenisondernemers, maar hij blijft nergens lang genoeg op om een emotionele band op te bouwen met ook maar één hen. We kunnen slechts om die malle mensen lachen, van een afstandje. Deze afstand wordt bovendien ook nog eens vergroot doordat Saramago het al op zichzelf duizelingwekkende narratief telkens onderbreekt door commentaar te leveren op de verteller. Wanneer hij uiteindelijk wel langer stilstaat bij een specifiek personage - in het geval van de dood en haar relatie met de cellist - is het al te laat; Saramago lijkt met dit relaas een heel ander verhaal te vertellen dan dat waar hij zo ijzersterk mee begon.

Formulewerk

Zo'n ijzersterk en beperkt thema voor een roman is overigens niets nieuws voor Saramago. Ook zijn vorige werken zoals Het Stenen Vlot en De Stad Der Blinden kennen een even zo strak plot met een duidelijk onderbouwd thema. Ook zijn schrijfstijl, die de stijl- en interpunctiewetten hevig tart - waarmee ook hulde voor de vertaalster - herbergt geen verrassingen voor degenen die bekend zijn met het eerdere werk van de belegen Portugese schrijver. Jammer, een oude hond leer je blijkbaar geen nieuwe kunstjes. Dergelijk beproefd formulewerk is dan wellicht succesvol en garandeert als het goed uitgespeeld is op den duur een vaste schare aan lezers, maar echt vernieuwend is het natuurlijk ook niet. Dat is een minpuntje in een voor de rest briljant beschreven satirische roman.

José Saramago - Het Verzuim Van De Dood.
Uitgeverij: Meulenhoff
Oorspronkelijke titel: As Intermitências Da Morte