Een seriemoordenaar hakt in Los Angeles liefhebbende en beroemde moeders aan stukken. De L.A.P.D. en FBI staan voor een raadsel, zodat rechercheur Alex Cross het weer mag oplossen.

Het gezin regeert in deze editie van de Patterson-reeks rondom Alex Cross, de in Washington gestationeerde rechercheur met het indrukwekkende CV. Voor de zesde keer wordt Cross als hoofdpersoon opgevoerd, en al zes keer krijgt zijn privé-leven het zwaar te verduren door zijn werk. Niet dat hij bedenkt om zich om te scholen, welnee: zijn lijden wordt extra verdiept door vrouwen die ervandoor gaan en de kinderen meenemen. In deze laatste Patterson moet Cross zelfs voor de rechter verschijnen om het voogdijschap over zoontje Alex junior te verdedigen. En ach, zijn nieuwe belle Jamilla heeft ook haar oog al laten vallen op een vriendje dat meer tijd aan haar kan besteden.

De eeuwige ijdeltuit

Met zoveel persoonlijk leed zou je bijna de seriemoordenaar over het hoofd zien. Die toch echt zijn best doet om de aandacht te trekken, want zijn prooien zijn fameuze vrouwen uit de entertainment-industrie die moederschap combineren met een glossy carrière. Dat vindt de zichzelf Mary Smith noemende killer niet zo leuk, en hij doorzeeft de ene na de andere beroemde mams met kogels waarna hij in hun gezicht tot patchwork versnijdt met een mes. En ook deze moordenaar is er weer een de categorie ijdeltuiten, want zijn daden beschrijft hij in mails die hij naar een showbiz-journalist van The L.A. Times stuurt. Conform het genre wil zo'n man een beetje eer van zijn werk hebben.

Twee ik-figuren

Het zijn twee magere ik-figuren die het verhaal regeren, Cross en deze psychopaat. Geen van beiden heeft daadwerkelijk iets spannends te melden, en Cross' persoonlijke drama van zijn gezinsleven geeft geen verdieping om enthousiast over te trompetteren. De beschrijving van de moorden schurkt eveneens tegen het achteloze aan: mocht Patterson bedoeld hebben om de achteloosheid te verbeelden waarmee de misdadiger oordeelt over het menselijk leven, dan sloeg hij flink de plank mis. Mary Smith kwebbelt per mail (in korte, cursief gedrukte hoofdstukjes) over dat moederschap en die kindertjes van zijn slachtoffers, maar door het hiervoor gehanteerde Libelle-jargon gaat ook hier geen dreiging van uit - het is eerder sneu dan eng. Daar komt bij dat we zowel op tv als in crime-novels al zoveel forensische teams aan het werk hebben gezien, dat het verbijsterend is hoe lang deze moordenaar in en om zijn slachtoffers kan rondspoken zonder ook maar één vezeltje of DNA-spoor te dumpen tussen de huismijt.

Bloedeloos

De schrijfstijl van Patterson is deze keer over de hele linie afgemeten, slordig zelfs: hij zweeft vluchtig langs zijn personages die daardoor nauwelijks beroeren, en elke vorm van humor ontbreekt. Vrouwen komen en gaan in Cross' leven zonder dat de man er zelf een mouw aan vast kan spelden: wij dus navenant ook niet. En dat eeuwige kat-en-muis-spel tussen rechercheur en seriemoordenaar - die formule is nu echt sleets. De auteur lijkt In Naam Van De Vader op de automatische piloot te hebben geschreven. Zoveel bloed en toch bloedeloos: deze Patterson/Cross-thriller is op zijn best matig te noemen.

James Patterson - In Naam Van de Vader. Uitgeverij Luitingh. Oorspronkelijke titel: Mary Mary.