Met een zeventien jaar oude Mercedes 190 Diesel onder de kont dwars door de Sahara kruisen: vele mannen op het hoogtepunt van hun midlifecrisis dromen ervan, journalist Jeroen van Bergeijk doet het toch maar even.

Van Bergeijk heeft niet zo zeer met een midlifecrisis te kampen, maar hij is wel behept met een flinke dosis nieuwsgierigheid. Deze wordt geprikkeld wanneer hij in Burkina Faso stuit op een Mercedes van Nederlandse afkomst - nog compleet met PSV-sticker op het dashboardkastje en de NL-landensticker op de bumper. Vanaf dat moment is hij gefascineerd: hoe is die auto daar terecht gekomen?

Van Mokum naar Faso

Met deze vraag in zijn achterhoofd tikt Bergeijk een eigen tweedehands Mercedes 190 D op de kop, met de intentie deze door de woestijn te karren en hem te verkopen aan een Afrikaan om hem zodoende een beter leven te geven. Van Bergeijk is echter ook op zoek naar de authentieke, onvervalste Sahara-belevenis: zandhappen en de locals het hoofd bieden, zoals in de stoere expedities van weleer. Met zijn bijna afgeleefde, maar nog prima rijdende aanwinst met een knappe 220.000 kilometer op de teller, onderneemt hij het Grootse Avontuur en rijdt hij vanuit Amsterdam via Marokko, De Westelijke Sahara, Mauritanië, Senegal, Gambia, Mali, Togo en Benin naar Ouagadougou in Burkina Faso. Onderzoeksjournalistiek pur sang.

Deo Volente

Zo'n woestijntocht is overigens minder romantisch dan het lijkt. Onderweg krijgt onze avonturier niet alleen te maken met de verwachte problemen, zoals het hopeloos vastzitten in het mulle zand of domme autopech. Ook zijn enthousiaste zoektocht naar authenticiteit verzandt uiteindelijk in het voortdurend moeten onderhandelen met Afrikaanse ritselaars - een cadeautje hier, een vette fooi daar - de wereld van inshallah ("als God het wil"), tjep-tjep (sjacheren) en een fatalisme dat algemeen lijkt te zijn onder de Afrikanen.

Afrikaanse mentaliteit

Een zeer interessante observatie, omdat het niet alleen de hardnekkige vooroordelen over Afrikanen keihard bevestigt, maar tevens aangeeft dat er wat de Afrikaanse mentaliteit betreft weinig veranderd is in de laatste eeuwen. In de zeventiende eeuw klaagden de kooplui van de West-Indische en Oost-Indische Compagnieën al steen en been over de Afrikanen en Arabieren. What else is new, zou je zeggen. Maar Van Bergeijk stelt een tegenvraag: zijn wij westerlingen gewoon niet te gehaast?

Stoer reisboek

De alom aanwezige link met het verleden speelt bij Van Bergeijk een grote rol. Hij garneert zijn stoere reisboek met nog stoerdere verhalen en heldhaftige anekdotes over beroemde en beruchte voorgangers uit lang en minder lang vervlogen tijden, zoals Fransman Antoine de Saint-Exupéry en de avonturiers van de Citroën-expeditie, de Pool Ryszard Kapu?ci?ski en de Schotse Mungo Park. Deze verhalen bieden niet alleen een boeiende kijk op de verschillen tussen het heden en verleden - Bergeijk kan tegenwoordig zelfs een stuk van zijn reis vervolgen over de nieuw aangelegde Transsahara snelweg - maar plaatsen zijn eigen avontuur tevens in een breder perspectief.

Gezanik over auto's

Wat verdere opsmuk die hiermee samenhangt, maar toch van een iets andere orde is, is de eigenaargeschiedenis van zijn eigen oude Mercedes. In korte interviews met vorige eigenaars wordt deze minutieus uit de doeken gedaan. Hoewel voor Van Bergeijk als journalist en nieuwsgierig Aagje van essentieel belang, zullen deze passages voor de gemiddelde lezer als een storende onderbreking van de onderhoudende reisavonturen van diezelfde Mercedes aanvoelen. Een auto is immers een levenloos ding en geen wezen waar een emotionele binding mee te verkrijgen is.

Emotie gezocht

En dat is gelijk ook wat er een klein beetje ontbreekt in Van Bergeijks beschrijving van zijn Mercedes-expeditie: emotie. Emotie in de positieve zin van het woord, dan. De droogkomische stijl die Van Bergeijk hanteert neigt soms iets teveel naar sarcasme om écht te kunnen enthousiasmeren. Dat levert soms hilarische commentaren op - eerlijk is eerlijk: de populariteit van zijn Mercedes onder de lokale bevolking is geweldig beschreven - maar het riekt ook wel eens naar zwartgalligheid of wellicht zelfs hetzelfde fatalisme waar de Afrikanen van beticht worden in zijn boek.

Lichtpuntje

Ach, misschien is die getemperde toon maar beter ook. Nu al heeft de populariteit van de talloze Dakar-rally's die tegenwoordig in verschillende landen worden georganiseerd een grote vlucht genomen, met alle amateurs van dien die zich op de bonnefooi eraan wagen en hopeloos stranden. Een gewaarschuwd mens telt nog altijd voor twee. Toch is Van Bergeijk uiteindelijk hoopvol gestemd over de toekomst van Afrika zelf. Meldt een ontwikkelingsmedewerker hem nog aan het prille begin van zijn reis dat hoe meer oude Mercedessen van het type 190 D er in een land te vinden zijn hoe hoger de graad van armoede is, Van Bergeijk ziet in de industriële onderbuik van met name Ghana een lichtpuntje. Dat is dit boek zeker ook en niet alleen voor de verstokte Mercedesgek.

Jeroen van Bergeijk - Mijn Mercedes Is Niet Te Koop. Uitgeverij: Augustus