Sean Wilsey - Oh, The Glory Of It All

Ultrahip, waar gebeurd ego-document van een jongen die opgroeit in de society-gloss van San Francisco, met de meest narcistische ouders denkbaar.

Sean Wilsey is zo echt als de Golden Gate Bridge in San Francisco: vroeger afgekort tot Frisco, totdat die werd vervangen door de hippere kreet San Fran. Hoe zijn stad genoemd wordt is echter Seans laatste zorg. Geboren in een weelderig nest van een succesvolle, steenrijke zakenman en een moeder die de society-bladen beheerste als 'hostess # 1', in 1970, is hij een product in extremis van een bepaalde periode in het tegendraadse Frisco. Kinderen werden nu eenmaal geboren, maar pa en ma Wilsey hadden wel wat anders aan hun hoofd dan zich te bekommeren om wat er zoal omgaat in het kopje van een snotneus, al is het hun eigen vlees en bloed. En wat er in dat hoofd omging is niet weinig, getuige deze vuistdikke pil waarin Sean met meer humor dan venijn afrekent met zijn ouders, zijn latere stiefmoeder en -broers, en hun klatergoudleventjes.

Spotvogel

Al vanaf het begin hanteert Sean het instrument dat zijn autobiografie alleszins verteerbaar en vooral amusant maakt: (zelf)spot. Hij is geen satiricus als Voltaire, maar zijn pen is vlammend genoeg om de mensen die de belangrijkste iconen zijn in het leven van een kind, af te schilderen als pijnlijk narcistische neuroten. Hun jetset-bestaan met feestjes, celebrities en de rijken der aarde wordt geregeerd door gedragscodes van the powers that be in high society. Pagina's vol wijdt hij aan de quotes uit tabloids over zijn stiefmama's jurken en juwelen, en op de keper beschouwd had zij niet veel meer te bieden dan dat - al zal ze daar zelf wel anders over denken. Haar eigen zoontjes Trevor en Todd waren als een vis in het water in deze glamourwereld, maar Sean bezat de onderzoekende, gevoelige aard van een misfit in deze Great Gatsby après-la-lettre. Wie verlangt naar de essentie van het bestaan in plaats van de glory of it all, had geen slechter nest kunnen treffen.

Scheiding

Na 10 jaar rimpelloos huwelijk gaan Seans ouders scheiden. Een van zijn moeders vriendinnen, Dede, de verwende erfgename van een onmetelijk familiefortuin, wordt zijn stiefmama. Tijdens die aanloopfase naar het huwelijk heeft Dede zich uitgesloofd om zich bij de hunkerende Sean populair te maken, en vanaf het moment dat de peperdure trouwring om haar vinger werd geschoven veranderde ze als een blad aan een boom. Seans bestaan vervalt daarna tot een regelrechte kopie van Assepoesters beklagenswaardige lot. Hij pendelt tussen zijn vader en zijn eigen moeder, maar ma is voornamelijk bezig zich te beklagen dat haar luxe sociale leventje haar is ontstolen door haar beste vriendin. Alsof er in die kringen zoiets zou bestaan als echte vriendschap. Als Sean 11 is, draagt zijn eigen moeder hem zonder enig pedagogisch besef op om samen met haar zelfmoord te plegen. Hij weet haar daarvan af te brengen maar gedurende de 7 daaropvolgende voelt hij de dreiging van de dood met ma in de buurt, zoals hij met één zinnetje treffend schetst. En hoe schrijnend ook: dit soort verknipte, surreële gebeurtenissen in zijn leven - waar maar geen eind aan komt - zijn hilarisch om te lezen.

Puinhoop

Het kan niet anders dan dat een kindergeest wordt vermorzeld door een dergelijke opvoeding. De grenzeloze flexibiliteit van de jeugd, die aanvankelijk alles accepteert als fait accompli, maakt naarmate hij ouder wordt plaats voor het zich ontwikkelende individu met een eigen denkraam. En daar gaat het natuurlijk mis met Sean, want hij is als een machine waarvan de onderdelen naar willekeur in mekaar zijn geflanst, met plakband gerepareerd, uit elkaar gehaald en weer slordig in mekaar gefrommeld. Kortom, Sean is een puinhoop en belandt na allerlei mislukte escapades op diverse scholen uiteindelijk in een speciaal oord in Italië waar op een New Age-manier (erg hip indertijd) het zelfonderzoek begint.

Niet zielig

Het boek beslaat de periode vanaf Seans vroegste kinderjaren tot aan zijn volwassenheid. De stijl verandert navenant van de observatiewereld van een kind naar de groter groeiende, gemankeerde adolescent tot aan de relativerende volwassene. Oh, The Glory of It All is een wonder van een belevingswereld, gepeperd met anekdotes van de San Fran-society en is, ondanks de onbevangen eerlijkheid omtrent zijn opvoeders' falen nergens een zeikverhaal van een zielig joch van wie niet genoeg werd gehouden. Het is geen ego-document van een sulletje dat zijn problematiek therapeutisch van zich af moet schrijven - dat zou geen lezer 550 pagina's volhouden.

Blijkbaar heeft Sean Wilsey er voor altijd afstand van kunnen nemen, en op die afstand kun je de humor laten regeren. Een mindere schrijver had bijvoorbeeld van zijn moeders inzet voor de wereldvrede - nadat de zelfmoord niet is gelukt, of haar absurde verzinsel dat ze dood zou gaan aan kanker - een pruilepistel van de bovenste plank kunnen maken. Seans ironie is bovendien ook geen 'maniertje': daarvoor getuigt dit zelfportret van te veel integriteit. Want alweer bewijst één zinnetje, bijna aan het eind, Seans uitgangspunt: 'ik heb nu wel genoeg over mezelf verteld, en kan niet wachten om over andere onderwerpen te gaan schrijven.' Dat is uitstekend nieuws, want het zou spijtig zijn als een schrijver met zo'n lenige geest hiermee al zijn kruit verschoten zou hebben.

Sean Wilsey - Oh, The Glory Of It All
Uitgeverij Rothschild & Bach


Bestel dit boek direct:


O, wat schitterend allemaal
S. Wilsey

Facebook & Twitter

Facebook & Twitter
Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter

NUwerk

Tip de redactie