Cynische roman over mensenhandel, immigratie en hypocrisie van de Spaanse schrijver Bonilla, die de zaken niet bepaald mooier maakt dan ze zijn.

"Ik red de mensen," vindt hoofdpersoon Moisés Froissard Calderón. Tsja, zo kun je het óók bekijken natuurlijk. Want Moisés jaagt op hele mooie mensen, die hij een riant salaris biedt als ze hun seksuele kunsten loslaten op leden van de Club: een wereldomspannende groep zeer hooggeplaatste functionarissen, puissant rijke zakenlui en meer van zulks. Moisés maakt zichzelf wijs dat hij zijn übermenschen zelf de keuze laat. Want als je als Afrikaanse vluchteling aanspoelt op het strand van het Gulden Continent en bent ingerekend door de kustpolitie, heb je alle keus van de wereld natuurlijk: dure seks of terug naar de Heart of Darkness.

Scrupules

Moisés is niet de enige zonder scrupules. Zijn opdrachtgeefster, in de wandelgang La Doctora genoemd, houdt nauwkeurig de kranten bij om te zien waar het crisis is. Want dáár hebben haar jagers de meeste kans op succes. Ze jubelt oprecht als Argentinië in een neerwaartse spiraal van inflatie en faillissementen belandt: want onder Argentijnen zitten hartstikke mooie mensen. Haar jagers moeten meteen met het vliegtuig naar Buenos Aires om de prachtigste exemplaren te ronselen. Als op een slavenmarkt worden hun spieren, lichaamsbouw, huid, haren, tanden geïnspecteerd. Kleine smetjes zijn nog wel weg te poetsen, en een abortus is ook in een mum van tijd geregeld.

Cynisme

Het is cynisme ten top, maar anderzijds: zo gaat het toch? Bonilla lijkt ons karikaturen te serveren, maar wie een flintertje kennis heeft van prostitutie en mensenhandel weet dat de actualiteit nog wel een stukkie ruiger is. Deze volmaakte buitgemaakte mensen krijgen nog vorstelijke salarissen voor hun.. eh... inspanningen - al is die hele business natuurlijk een moreel dieptepunt. In Nederland alleen al zitten er bordelen vol met vrouwen die uitgewoond worden zonder dat ze er ooit zelf een cent voor zien.

Arm en rijk

Bonilla's boek is een messcherp verhaal over de tegenstellingen tussen arm en rijk. Goed geschreven ook: hij construeert mooie lange zinnen die voor de vertaler af en toe vast een hel moeten zijn geweest, maar het proza is zuiver. Bonilla kan echt schrijven, en hij heeft behoorlijk wat in zijn mars. Zwarte humor bijvoorbeeld. Moisés is een corrupte vlerk, die bij vlagen hilarische verhalen vertelt over zijn jeugd en zijn ouders en die eigenlijk, zoals veel mensen doen tegenwoordig, het cynisme heeft ingeschakeld als gezel voor een draaglijker leven. Want iemand die zo denkt en observeert als Moisés, moet een gevoelige kerel zijn.

Payback

Een gevoelige kerel die in de moderne slavernij belandt: kan het nog paradoxaler? Toch weet Bonilla volledig te overtuigen, en mede dat moet hem zijn prestigieuze Spaanse literatuurprijs hebben opgeleverd voor deze roman. Want Moisés krijgt het hoe dan ook terug, om zo buiten zichzelf te leven. De man uit de titel, de Nubische Prins, zorgt daarvoor. Een buitengewoon fraai exemplaar dat hij voor een hopeloos geobsedeerde Club-klant moet opsporen. De Nubiër is in Europa terechtgekomen nadat die fijne Janjaweed hem en zijn volk van hun land hadden verdreven.

Daar hoor je nooit iemand over, want Arabische dictators zijn er goed in om zulk wangedrag van de headlines te verdrijven door constant over Israël te gillen, maar Bonilla geeft zo'n individu dus een stem, een karakter, een leven, een achtergrond. Alleen al daarom is De Nubische Prins een erevermelding waard. Moisés wordt er geen weldoener van, dat zou kitsch zijn, maar hij krijgt wel de nodige barsten in zijn vernis. Puik werk van Bonilla.

De Nubische Prins - Juan Bonilla. Uitgeverij Sirene.


Bestel dit boek direct:


De Nubische prins
Juan Bonilla