Onlangs is van de Franse detective-schrijfster Fred Vargas een sympathiek geprijsde (15 euro) pocket uitgekomen met drie voortreffelijke speurdersverhalen. Het wordt ook wel de evangelistenreeks genoemd vanwege de drie hoofdpersonen Marc, Mattias en Lucien.

De eerste van dit 3-pack heet Uit De Dood Herrezen. Op een ochtend wordt de Griekse, voormalige operazangeres Sophia Simeonidis wakker in haar Parijse huis, en ontdekt dat er plots een boom in haar tuin staat. Haar echtgenoot Pierre maakt zich nergens druk om, maar Sophia wordt er nerveus van. Hoe komt dat ding daar en waarom? Ze schakelt de hulp in van haar nieuwe buren Marc, Mattias en Lucien bij wie ook een gepensioneerde agent inwoont. Zij zijn excentriekelingen met een historische achtergrond en cashflow-problemen, maar buitengewoon geïntrigeerd door Sophia's boom. Voor 30.000 francs gaan ze kijken of er iets obscuurs onder die boom ligt begraven.

Sinistere voorbode

Ze vinden niets, maar een paar weken later is Sophia opeens verdwenen. Er gaan geen alarmbellen rinkelen, totdat Sophia's lijk wordt gevonden in een uitgebrande auto. Opeens lijkt die boom toch weer de voorbode te zijn van iets sinisters, en hun theorieën over de mogelijke dader zijn niet van de lucht. De komst van een verre nicht van Sophia draagt bij aan het raadsel. Uit sympathie voor hun buurvrouw zweren de drie de identiteit van de moordenaar te achterhalen.

Curiosa

Vargas maakt een waar feest van deze murder mystery. Haar verhaal is origineel, grappig, knap uitgewerkt en drijft op de curieuze malligheden van de drie 'evangelisten'. Ze debiteren een palet aan historie ontleende verwijzingen, kwinkslagen en opmerkingen, en worden toch nergens karikaturen. Het zijn het type buren dat je beslist moet leren kennen, maar die iedereen wel als buren zou willen mits je geen doorsnee SBS6-gezin bent voor wie de afhaalchinees op zaterdag al exotisch is.

Onvergelijkbaar

Vargas' detectives zijn met die van geen enkele andere schrijver te vergelijken. Heel soms komt er in het verhaal een zweem van Simenon's Maigret voorbijdrijven, bij wie dat archetypische 'het is zoals het is'-gevoel een bedaarde constante was. Maar wat Vargas écht bijna geniaal maakt, is haar sterk op dialogen leunende stijl. De drie mannen voeren lange gesprekken waarin de geschiedenis bijna wordt herschreven. Ze hebben elk hun specialiteit aangaande een bepaalde historische periode, claimen hun gelijk aan de hand van verwijzingen naar het verleden en gebruiken zelfs historische weetjes om de moordzaak van Sophia op te lossen. Dat deze geconstrueerde opzet nergens geforceerd wordt - want dat gevaar ligt bij zoiets pal om de hoek - is ongetwijfeld dankzij schrijfsters eigen achtergrond: ze is zowel historicus als archeoloog. Eentje die haar studie op de creatiefst mogelijke manier tot literatuur heeft weten te smeden.

Fred Vargas - Moord in Parijs
Uitgeverij De Geus