Bekeerde kunstboef vermengt levensverhaal met recept Da Vinci Code.

"There is no morality in the artmarket," lachte Michel van Rijn breeduit in steenkolenengels in een Britse documentaire die aan hem gewijd was. Van Rijn, sinds lange tijd gezocht door Scotland Yard vanwege de grootschalige kunstsmokkel waar hij bij betrokken was, heeft zich tegenwoordig volgens eigen zeggen bekeerd; hij helpt de Yard nu om zijn vroegere partners in crime te bestrijden. Dat daarbij de kogels van deze wraakzuchtige ex-kornuiten hem soms letterlijk om de oren vliegen deren hem niet zozeer. Nee, Van Rijn vindt het zelfs geweldig.

Moerstaal

De autobiografie ('Hot Art, Cold Cash,' 1993) die hij via een Engelse ghostwriter liet schrijven flopte genadeloos, vandaar dat hij tegenwoordig via zelfgewrochten proza probeert zijn ervaringen aan een breder publiek te slijten. 'Het Mekka Manuscript' was zijn eerste thriller met kunstsmokkelaar Axel de St. Cyr in de hoofdrol, 'De Vijfde Sarcofaag' zijn tweede. En - eigenlijk belangrijker - in zijn moerstaal.

Alweer die Brown

Het recept van een dergelijke thriller is sinds de overdreven aandacht voor 'De Da Vinci Code' inmiddels tot vervelens toe bekend: neem een wereldschokkende kunsthistorische of archeologische ontdekking. Voeg verschillende groeperingen die een substantieel belang hierbij hebben daaraan toe, waaronder een al dan niet charismatische held, een geheimzinnige organisatie waar de maatschappij geen vat op heeft en uiteraard het Vaticaan dat sinds Brown toch al bekend staat als een bolwerk van corruptie en voilà, een thriller is geboren. Eén ding heeft Van Rijn beter begrepen dan Brown; vanaf het begin af aan maakt hij duidelijk dat het boek en zijn karakters berusten op pure fictie.

Scientology

Dat is misschien maar goed ook, want het geheim rondom de aanwezigheid van een zogenaamde vijfde sarcofaag van de in 1335 v.C. gemummificeerde farao Toetanchamon in Peru is weliswaar niet zo controversieel te noemen - welke gek neemt het serieus - maar zijn beschuldigingen aan het adres van zowel de beruchte Scientology Church en het Vaticaan des te meer. Hoe de sarcofaag met daarin de hersenen van de jonge farao in Midden-Amerika terecht is gekomen wordt vervolgens nauwelijks toegelicht. De plot drijft op de verdorvenheid van de Scientology-sekte en haar kloonplannen, een corrupte kardinaal en de manier waarop Axel hier bewust en onbewust een stokje voor gaat steken.

Corruptie alom

Iedereen is corrupt in de wereld van Van Rijn. Niemand is van enige smet ontdaan. Sterker nog: Axel, die haast een één-op-één, iets dikker aangezette karikatuur is van de schrijvende kunstboef zelve heeft ook zijn connecties binnen de Italiaanse maffia, smokkelt nota bene kunst en kent ook zijn wraakzuchtige, duistere kanten. Deze benadering van de wereld is niet vreemd, het verbluffende verleden van Michel van Rijn in ogenschouw nemend.

Kinderlijk

Het is daarom een tikkeltje teleurstellend te zien dat zijn opgeklopte 'levensverhaal' in een sensatiebeluste, doch vrij saaie kinderlijkheid verzandt. Zowel de plot als de schrijfstijl blijft verstoken van enige sprankelende originaliteit of emotie. Doden vallen bij bosjes, maar de lezer blijft net als Axel redelijk onaangedaan door wat er allemaal rondom de sarcofaag gebeurt. De vraag rijst zelfs of het ook maar iemand iets kan schelen wat er met de kunstsmokkelaar gebeurt, op weg naar de grande finale. En wil Van Rijn De St. Cyr - en dus min of meer zichzelf - nu werkelijk als oprecht af laten schilderen? Hij laat ons graag raden naar de waarheid, net als in het geval van Scotland Yard-pensionado Dick Ellis, de enige figuur uit het boek die wél in werkelijkheid bestaat. Van Rijn wil maar al te graag shockeren en ons tegelijkertijd de les lezen over de kunstwereld, maar is bij lange na niet verhalenverteller genoeg om het enigszins smeuïg in te pakken.

Arrogantie

Waar het verhaal wel van doorspekt is? Uiteindelijk met de plompe arrogantie van de bekeerde kunstboef zelf. Dezelfde arrogantie waarmee hij zichzelf megalomaan groot en gevaarlijk berucht heeft gemaakt in de kunstwereld die voor hem - net als de werkelijke wereld in zijn ogen hoogstwaarschijnlijk - absoluut geen moraliteit kent. Het boek dient als vehikel om mensen zijn ervaringen mee te delen en harde meningen door te drukken. Dat is hem niet echt aan te rekenen, hij zal niet de eerste zijn die dit prerogatief van de schrijver gebruikt. Maar waar de meer kundige auteur subtieler te werk gaat en een zalvende doch dwingende hand gebruikt om de lezer overstag te krijgen, stampt Van Rijn als een olifant door een kast vol met kostbare Ming-vazen. 'De Vijfde Sarcofaag' is uiteindelijk net zo schreeuwerig en daardoor onleesbaar als zijn website.

Michel van Rijn - De Vijfde Sarcofaag
Uitgeverij A.W. Bruna