McEwan beschrijft het onrustige post-9/11 tijdperk via één dag uit het leven van de Londense neurochirurg Henry Perowne.

Het is zaterdag, 15 februari 2003: de dag van het massale protest tegen de oorlog in Irak. Henry voelt een groeiend onbehagen en kan de slaap niet vatten. Hij staat om even na half 4 's morgens op, kijkt uit het raam, en ziet in de verte een brandend vliegtuig richting Heathrow vliegen. Zijn eerste gedachte is 'daar zijn ze weer', en hij kijkt vertwijfeld naar zijn vrouw Rosalind die vredig ligt te slapen. Moet hij iemand waarschuwen? Zijn vrouw wekken? 112 bellen? Hij besluit dat er niets is wat hij kan doen dan zich tijdelijk terugtrekken in subjectiviteit, en overdenkt zijn leven - met een soort van schuldgevoel over het vele goede dat hem ten deel is gevallen.

Bevoordeeld

Zijn huwelijk is geweldig. Hij is een zeer gerespecteerde neurochirurg. Hij is verkikkerd op zijn twee kinderen; Theo, een bluesgitarist, en dochter Daisy, een net zo getalenteerde aanstormende poëet. Terwijl hij het vliegtuig op de luchthaven af ziet razen, vraagt hij zich af waarom hij zo bevoordeeld is en wat de waarde ervan is. Want hij denkt tegelijkertijd aan de aankomende protestmars, en aan zijn ambivalente gevoel over Irak sinds hij de wonden heeft gezien van een collega-professor uit Irak die in de gevangenis is gemarteld. En diens getuigenissen hoorde over chirurgen die werden gedwongen gruwelijke amputaties te verrichten op gezonde mannen.

Onderzoekend

Henry Perowne. Goedaardig, toegewijd vader en echtgenoot, Bach-liefhebber, bevlogen chirurg, intelligent, zelfonderzoekend en onderzoekend. Menig schrijver was al dubbelgeklapt onder zoveel gearriveerde sophistication, maar McEwan betrekt geniale en trefzekere observaties in Henry's gedachtegoed. Over huwelijk, vaderschap, tirannie, cultuur, samenleving, religieus fanatisme, recht en onrecht. Hij smeedt parel na parel als een hoofse edelsmid, rondtastend in Henry's hoofd zoals Henry zelf in andermans hoofden zit, met vaste hand, laserstralen en lancetmesje. Overzichtelijk en volledig in controle over de rimpelloze veiligheid van zijn situatie.

Misdaad vs wetenschap

Die controle raakt Henry diezelfde ochtend kwijt. Niet door het brandende vliegtuig, want dat was niet meer dan een vrachtkist met motorproblemen (deze keer, bedenkt Henry). Het is een ordinaire straatmisdaad die het stabiele leven van de chirurg aantast. Hij rijdt met zijn auto een stille straat in, terwijl overal in de Britse hoofdstad het volk te hoop loopt tegen de invasie in Irak, en wordt klemgereden door drie ploerten die hem willen overvallen. In de leider van de gang, Baxter, herkent Henry echter de symptomen van de ziekte van Huntington, een zeldzame neurologische aandoening. Hij weet zijn belagers af te troeven met zijn kennis, en dat is het eerste boegbeeld van Europa waarmee hij het die dag wint van de onbeschaafde underdog: de wetenschap.

Misdaad vs cultuur

Het tweede volgt op diezelfde dag, later op de avond, als de straatbende alsnog verhaal komt halen en Henry's huis binnendringt. Baxter houdt een mes op Rosalinds keel, dwingt Daisy haar kleren uit te trekken, en gebiedt haar vervolgens om een gedicht voor te lezen. En ergens, zomaar, gaat er een kier open in dat verrotte brein en wordt de misdadiger geraakt door de schoonheid van de poëzie. Waarmee McEwan vrij bruusk opnieuw een triomf op het ploertendom markeert: cultuur. Cultuur en wetenschap als overwinning op bruutheid, de voornaamste pijlers van het solidaire succes van het Europese continent.

Polair

Een schurk die wordt geroerd door poëzie? Het was misschien kitsch geweest bij een mindere schrijver dan de fenomenale McEwan. Want door het polair positioneren van Henry en Baxter, de geslaagde versus de door de maatschappij vergeten sloeber, legt hij met Baxters onverwachte ontroering diens humaniteit bloot, en daarmee zijn recht om als mens behandeld te worden. En zou hij hem zelfs boven Henry kunnen stellen, wiens weldadig leven een makkelijker bakermat is voor een moreel hoogstaande ethiek. Henry heeft altijd het juiste ding gedaan en kunnen doen vanwege zijn bevoordeelde bestaan. Maar nu hij midden in een verlammende gruwelsituatie is beland, wordt hij op de proef gesteld hoe diep zijn ethiek werkelijk geworteld is.

Ethiek, maar welke

McEwan toont ons zijn visie op ethiek door middel van Henry. De helderheid en precisie van McEwans motieven - Saturday is een onmiskenbaar pleidooi voor (naasten)liefde - maakt dit boek tot meer dan een geëngageerde roman. Het is een boek dat de essentie van politiek blootlegt. Met één makke, dat wel: er zijn ook misdadigers die nog door geen bibliotheek aan poëzie te vermurwen zijn. En dan? Want Saturday doet toch onherroepelijk denken aan David Mitchell's Cloud Atlas, die net zo erudiet liet zien wat de desastreuze gevolgen zijn als twee partijen tegenovergestelde motieven hebben. Hoeveel overlevingskansen heeft een allesbepalende vredesethiek als het buurland ondertussen zijn oorlogsindustrie op volle sterkte brengt. Dergelijke tegengestelde visies hebben al ettelijke beschavingen -en talloze mensenlevens- de kop gekost.

Metafoor

McEwans poging om altijd het menselijke aspect voor ogen te houden, is integer en hij is ook juist qua streven. Maar tegelijkertijd is die ook gebaseerd op ideologie, en is er een die niet altijd strookt met de realiteit. Het ontmenselijken van de tegenstander is immers de voornaamste drijfveer om een oorlog te beginnen dan wel in stand te houden: en hoe onontwikkelder de beschaving (lees: op niveau van cultuur en wetenschap) hoe succesvoller dat ontmenselijkingsproces. En daarom is Baxter, op de keper beschouwd, een iets te gratuite metafoor voor McEwans boodschap, al is het boek er niet minder geniaal om.

Ian McEwan - Saturday
Importeur Nilsson & Lamm