De Lullo's van Jiskefet zijn beschaafde watjes vergeleken met de bralapen van het Amerikaanse studentenleven: althans, zo doet Tom Wolfe het voorkomen met zijn nieuwe roman I Am Charlotte Simmons

Wolfe kreeg nogal wat kritiek over zich heen met zijn visie op de Amerikaanse campus. Men vond het schunnig, stuitend, het strookte niet met de realiteit, en vooral de expliciete seksscènes oogstten samengeknepen mondjes. Maar het boek is veel meer dan een waterval aan obsceniteiten. Het is een zedenschets van de hedendaagse jeugdcultuur: met de invloed van peergroups, raciale tegenstellingen, arm en rijk, cool en uncool. De nieuwe generatie is een meedogenloze kliek waar groepscodes en afkomst de sociologische structuur bepalen, en die het de jongeren vrijwel onmogelijk maken zichzelf te zijn.

Tutje uit de polder

Charlotte Simmons is een tutje uit Sparta, North Carolina. Opgegroeid in een godsvruchtige streek, onder de krachtige bescherming van pap en mam ('momma'n diddy' in dat dialect), en ver van de wereld van 90210 en Dawson's Creek. Charlotte heeft een gaaf stel hersens waarmee ze een beurs wint voor Dupont, een uiterst prestigieuze universiteit, waar ze in bloemjurkje en kniekousen vol verwachting naartoe stapt.

Geile campus

Die verwachtingen worden subiet de bodem ingeslagen. Dupont blijkt een Sodom en Gomorra, tjokvol geile gozers en sloeries die bier en seks verkiezen boven de Dialogen van Plato en essays over liberal arts. Dat is hoe Charlotte het ziet, en stiekem is Wolfe ook wel moralistisch in zijn registratie van de contemporaine Amerikaanse jeugd. Maar tussen al die overdrijving is zijn neus voor jeugdgedrag nog altijd scherp.

Blozen

Bovendien is Wolfe een magnifiek schrijver. Goed, zijn Charlotte is soms wel erg preuts en schrikkerig, maar het laat zien hoe rampzalig de schooltijd kan zijn voor dat muisstille meisje achter in het klaslokaal, dat rood werd als een pioen bij elke vraag. Zijn proza is doorspekt met beeldende nge-nge-nge-nge's en unh-unh-unh-unh's als er gelachen of genaaid wordt. En wie van die stijl houdt, kan zich echt verkneukelen bij de ruim 650 pagina's brullend campusleven. Daarbij kraakt hij harde noten over het systeem dat getalenteerde basketballers reduceert tot domme gladiatoren, en de hypocriete voortrekkersrol die is weggelegd voor zwarte Amerikanen. Wolfe's boek verdient beter dan te worden afgedaan als viespeukerij. Uitgeverij Nilsson & Lamm