De Joodse Messias - Arnon Grunberg

Absurd geniale roman van een van Neêrlands grootste auteurs, over de niet-joodse Xavier die zich opwerpt als trooster der joden.

Teelbal als Verlosser

Xavier Radek is een Zwitser van bijna zeventien, die zichzelf de taak heeft toebedeeld om de joden te troosten. Hij wil een begin maken door een Mein Kampf in het jiddisj te vertalen. Xavier sluit vriendschap met de orthodoxe jood Awromele, zoon van een rabbijn, en hun vriendschap ontwikkelt zich tot een liefdesrelatie. Het paar komt vrijwel aan het eind van het boek in Israël terecht, waar Xavier zich ontpopt als hardliner politicus.

Dat is het verhaal in een notendop, maar het is een krankzinnig verhaal, rijk van leven, vol stilistische parels, meesterlijke observaties en foute rotgrappen. Een roman waarin alles mogelijk is: een kut die wordt dichtgesmeerd met kaarsvet omdat het de bron is van het kwaad, een geamputeerde teelbal in een potje die Koning David wordt genoemd en later als Verlosser verafgood; een roman waarin Palestijnse zelfmoordacties aangemerkt worden als bewegingstheater, en een Hamas-leider zich tegoed doet aan het lichaam van Awromele terwijl hij met Xavier onderhandelt over het maximaal aantal doden bij aanslagen. Wie zo'n kijk heeft op de wereld, lacht zich te barsten, wordt depressief, of cynicus. Of schrijft als Grunberg.

Besnijdenis from hell

Het was een onaanvaardbaar psychedelische odyssee geweest, had Grunberg het niet zo aards gehouden. Tussen wrede passages vol geweld blijven de mensen alledaagse huis-, tuin- en keukendingen doen. Na de catastrofale besnijdenis van Xavier worden koekjes gebakken. Een Egyptenaar wordt gemarteld met frituurvet waarna men gaat winkelen. Na een poging tot verkrachting en doodslag trekt men de lakens tot aan de kin op en gaat slapen.

En op al deze en zoveel meer daden, soms gruwelijker, soms bedaarder, dropt Grunberg weer een vederlichte zin die qua hilariteit inslaat als een H-bom. En als Xavier en Awromele in Israël zijn, worden de wreedheden die zich tot dan op persoonlijk vlak afspeelden, omgezet op macroniveau - ook internationale politiek blijft immers mensenwerk, en is daarom zo cru: ook dat heeft Grunberg goed gezien.

Ecce homine

Qua absurdisme doet hij soms denken aan Alex van Warmerdam. Maar waar Van Warmerdam nog altijd een zekere Oudhollandse gemoedelijkheid voor zijn personages bewaarde, is Grunberg genadeloos. Hij pelt de laagjes beschaafd vernis van zijn mensen af, totdat het waanzinnige wezen spiernaakt overblijft: om bij te huiveren, je bij te schamen, te bewonderen, te lachen. Mensen die hij niet laat schuilen achter of troosten met idealen, ideologieën, religie, vals fatsoen, rituelen, tradities, liefdadigheid, commerciële zenders en zondagen op de Meubelboulevard.

Hopeloos dus? Nee, want niet voor niets staat daar dat ene kleine zinnetje op de eerste pagina, als spotzieke ode aan de mens: "Het laatste wat sterft, is de hoop." Maar wat nog eerder is gestorven, is de zeldzame moed om de wereld zo te durven aanschouwen en ontleden. En moedig is Grunberg zeker, anders had hij nooit zo'n woest grappig verhaal over het leven kunnen componeren. De Joodse Messias - Arnon Grunberg
Uitgeverij Vaccallucci

Tip de redactie