Boekenweekgeschenk rondom het thema Waanzin is een woordenbrij met weinig wol. 

Voor iemand die zichzelf zo graag hoort praten als Pierre, het hoofdpersonage in De zomer hou je ook niet tegen, is de opzet van dit Boekenweekgeschenk een zegen. De zestiger kaapt een lichamelijk en geestelijk gehandicapte jongeman uit het tehuis die hij meeneemt naar de Provence.

Hij heeft namelijk een verhaal te vertellen, en met deze indolente, willoze toehoorder, de "vegetatieve imbeciel", zoals hij wordt omschreven, zal Pierre het in elk geval niet moeilijk hebben qua kritische repliek.

En zo kan Pierre eindeloos doorkwebbelen. In dikke, gebreide zinnen die her en der een extra knipoogje naar de lezer krijgen als hij - of de auteur - zijn taalvondst echt heel slim vindt. Vroedvrouw - wroetvrouw, worst en sigaret - rookworst.

Liefdesverhaal

Het verhaal dat beslist verteld moet worden, is een liefdesverhaal van een man van in de veertig en een vrouw van begin dertig. Wat de magie tussen die twee is, komt de lezer niet te weten, die moet het doen met zinnen als: "Vergeet Romeo en Julia, vergeet King Kong en zijn sperziebonige blondine. Die überromantiek is koude koffie vergeleken bij de machten die tussen jouw moeder en mij speelden."

De auteur blijft steken in euforische beschrijvingen over hun samenzijn en hun seks, met uitschieters die niet zouden misstaan in een smachtende damesroman. "We zijn traag en zonder elkanders ogen los te laten in elkaars armen gestapt en zijn voor zeker wel twintig minuten op dezelfde vierkante meter blijven staan, innig, klemvast. Elkaar voelen. Elkaar ruiken."

Lepeltje/lepeltje

Enzovoort. Ze liggen lepeltje/lepeltje, zij leert hem oesters eten, ze dromen over wonen in de Provence, eten aardbeien in Wépoin. Oppervlakkige beschrijvingen van zintuiglijk genot gekoppeld aan geografische highlights in rococozinnen. Sporadische gedachten over de boekenkast of over wijn varen als verschrikte verstekelingen mee.

Er lijkt drama te komen als zij een kinderwens heeft en hij zich daarvoor te oud acht. Maar dan heeft de auteur inmiddels zelf de sleutel aangereikt waarom het verhaal niet pakt: hij laat de verteller zich afvragen wat deze vrouw, die kennelijk beeldschone, getalenteerde, wervelende keukenprinses, in Pierre ziet.

Goeie vraag. Pierre is kinderlijk en larmoyant, geen adonis en als helemaal geen rots in de branding. Niettemin: "Het was mijn arme lot altijd weer op vrouwen te vallen wier buiken smeekten om een dracht." 

Zie hier het nadeel van een navelstaarder die geen weerwoord krijgt: dan het is de fantasie die tot waanzin vervalt.

Lees het interview dat NU.nl met Dimitri Verhulst had

BEOORDELING