Hoe een kleine novelle zo'n omvangrijke tragedie kan herbergen. 14 gaat over jonge Franse mannen die in de Eerste Wereldoorlog moeten vechten. 4 sterren

In een kleine Franse gemeente leven mensen hun leven als opeens de poorten van de hel worden opengezet. De jonge Anthime werkt als boekhouder en heeft een oogje op het liefje van zijn broer, Blanche.

Het had op een liefdesdrama kunnen uitlopen, les choses de la vie, ware het niet dat de Eerste Wereldoorlog uitbreekt.

Jongens die koeien melken en schoenen lappen, staan opeens met een geweer en een bajonet aan het front. Achter hen staat de rij gendarmerie opgesteld om de manschappen tegen te houden die in paniek proberen weg te rennen. Er moet gevochten worden, er moet worden geschoten op de onzichtbare vijand en de jonge mannen moeten vijandelijk vuur incasseren.

In 14 beschrijft Echenoz als een cineast hoe kostbare levens verloren gaan om een paar meter grond - terwijl dezelfde avond alweer moeten worden prijsgegeven.

“Direct begonnen niet ver van Anthime een paar mannen te vallen, hij meende hier en daar bloed naar buiten te zien spuiten maar zette het krachtig uit zijn hoofd - wist niet eens zeker, had geen tijd om zeker te weten of het wel bloedstralen waren, en ook niet of hij die al eens eerder had gezien, op die manier en in die vorm althans.”
Jean Echenoz

Gifgasaanvallen

Vijfhonderd dagen overleeft Anthime houwitsers, beschietingen en gifgasaanvallen, dan wordt zijn arm eraf geschoten en mag hij naar huis. Onder luid applaus van zijn kameraden. De meeste soldaten zouden tekenen voor een dergelijke verwonding die een eervol afzwaaien garandeert en waarna nog een acceptabel leven mogelijk is.

Anthime's kameraad Arcenel krijgt het meest aangrijpende hoofdstuk in deze novelle. Hij deserteert niet, hij verlaat gewoon in gedachten verzonken heel even het strijdtoneel om een paar kilometer verderop een stukje lente te zien, de eerste bloesem op het platteland van het Franse voorjaar. De krijgsraad oordeelt genadeloos over dit stukje menselijkheid.

Gedobbeld

Echenoz heeft het verhaal van de eerste geïndustrialiseerde oorlog teruggebracht tot een persoonlijk verhaal van vier doorsnee Franse kameraden met wier levens wordt gedobbeld als ze onherroepelijk naar het slagveld worden gestuurd.

"Eerst keken Bossis en Anthime elkaar aan, Arcenel trok achter hen een riem goed en Padioleau snoot zijn neus met een zakdoek die minder wit was dan hij."

Hun verhalen spelen zich voor, tijdens en -  voor degenen die het overleven - na de oorlog af. En deze jongens hadden geen keus. Dat maakt de actualiteit des te schrijnender van de jonge mensen die deze keuze wel hebben, en toch uit eigen beweging naar de wijd opengesperde kaken van de oorlog gaan om zich ertussen te laten vermalen. De auteur schrijft met recht:

"Dat alles is al duizend keer beschreven, dus misschien is het niet de moeite om nog langer stil te staan bij die smerige, stinkende opera."

14 is verschenen bij Uitgeverij De Geus, in een vertaling van Martin de Haan.