Spionagethriller met een vernietigend moreel oordeel over volk en vaderland. In de donkere binnenlanden van Afrika zoekt een ontspoorde NAVO-medewerker fortuin in de wapenhandel.

De lachende monsters lijkt op Joseph Conrads Heart of Darkness, de roman uit 1902 over de donkere binnenlanden van Afrika.

Die binnenlanden anno nu vormen het speelveld voor Ronald Nair, een westerse NAVO-functionaris van een post-9/11 spionageafdeling, en zijn trawant Michael Adriko, een militaire cowboy van een Amerikaans Special Force-team die momenteel 'zijn eigen weg zoekt'. Deserteren wil Adriko het niet noemen.

Sinistere deals

De twee hebben een geschiedenis samen, die aan elkaar hangt van sinistere deals op gevaarlijke plekken. Nair is van de chaos en de onvoorspelbaarheid van dit soort contreien gaan houden; als hij in het begin van het boek aankomt in Freetown, hoofdstad van Sierra Leone, is hij als een vis in het water.

En hij is geen aangename man; zo blijkt als hij een hoertje inhuurt. 'Ik was blij dat ze geen Engels kende. Ik kon alles tegen haar zeggen wat ik wou, en dat deed ik ook. Vreselijke dingen. Alle dingen die je niet kunt zeggen.'

Adriko wil gaan trouwen met een Afrikaans-Amerikaanse uit Colorado. Hij neemt Nair mee als hij met haar zijn Congolese roots opzoekt, opdat zijn familie instemt met zijn huwelijk. De ware reden voor deze reis zit echter in zijn tas: een item dat in de zwarte wapenhandel veel geld moet opleveren. Het maakt ze niet uit wie de koper is - dit tweespan heeft de loyaliteit van een flipperballetje.  

Onberekenbaar

Wat volgt is een soort road-story door Afrika, met trains, planes en automobiles, en de twee spelen hoog spel door diverse geïnteresseerde partijen tegen elkaar uit te spelen. Het is een onberekenbare sfeer waarin allianties kunnen wisselen met een vingerknip, in een omgeving die met plakband aan elkaar hangt. Aggregaten in hotels die om de haverklap uitvallen, stomdronken Russen die chartervluchten uitvoeren en rebellen die verkrachtend en moordend door dorpen trekken.

En dan zijn er de insecten, de stank, fout water en veel, veel autochtonen die geen idee hebben wat de volgende dag hen zal brengen als ze de nacht overleven.

Mede doordat Nair en Adriko op de hielen worden gezeten door diverse geheime diensten, krijgt De lachende monsters een mistroostige conclusie: dit soort mannen zit te lang in het veld.

Ooit was er vast sprake van een roeping of een missie, maar die is verzand in de rimboe van een geopolitieke wereld vol wreedheid en opportunisme. Er is in morele zin geen verschil meer tussen de glanzende kantoren waar de opdrachtgevers vergaderen over missies, en het van de insecten en rebellen vergeven werkterrein duizenden kilometers verder op. De wereld ontspoort, met Afrika voorop.

De lachende monsters is verschenen bij Uitgeverij De Bezige Bij, in een vertaling van Peter Bergsma.