De Australiër Richard Flanagan heeft dinsdag de Man Booker Prize voor fictie gewonnen. Hij kreeg de prestigieuze prijs voor zijn boek The Narrow Road to the Deep North, een verhaal over oorlog en de nasleep ervan.

De 53-jarige Flanagan putte voor het boek uit de ervaringen van zijn vader als gevangene in Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het boek draait om de Dodenspoorlijn, ook wel Birma-spoorlijn genoemd. De spoorweg werd aangelegd door dwangarbeiders. Tienduizenden mensen kwamen daarbij om het leven.

Het boek is genoemd naar een klassiek werk uit de Japanse literatuur. Flanagan heeft het boek opgedragen aan zijn vader, die op 98-jarige leeftijd overleed, kort nadat Flanagan het manuscript had afgerond.

Traumatisch

Filosoof en juryvoorzitter Anthony Grayling prees de 'intelligente menselijkheid' en de wijze waarop het lijden in het boek wordt omschreven. In het boek wordt volgens Grayling 'het verlies van een liefde en het verlies van kameraden' onderzocht en wordt beschreven hoe traumatisch het is om te leven met dergelijke ervaringen.

"Als je door je eigen land als held wordt gezien, maar je voelt je er niet een - dat is zo ongelofelijk goed onderzocht in dit boek", aldus Grayling. Het boek is volgens de juryvoorzitter als een 'klap in je maag'.

Flanagan is de derde Australiër die de onderscheiding heeft gekregen. Eerder gingen Thomas Kenneally en Peter Carey hem voor.

Bekijk hier beelden van de uitreiking:

Wending

Aan de Booker Prize is een geldbedrag van ruim 63.000 euro verbonden. Bovendien zorgt de prijs er vaak voor dat de boeken van de winnaar goed verkopen. Niet zelden nemen literaire carrières een succesvolle wending.

Toen Hilary Mantel in 2009 de prijs won, werd ze van redelijk succesvol auteur ineens een literaire superster. De winnaar van vorig jaar, Eleanor Catton, verkocht na het winnen van de prijs een half miljoen exemplaren van The Luminaries.

Dit jaar dongen voor het eerst ook Amerikaanse schrijvers mee naar de prijs. Voorheen kwamen alleen auteurs uit Groot-Brittannië, Ierland, het Gemenebest en tientallen voormalige Britse koloniën in aanmerking voor de prijs. De Amerikanen Joshua Ferris en Karen Joy Fowler waren doorgedrongen tot de laatste zes.