Zedenschets van de onzedige jaren zeventig. Over losse en echte liefde in een kunstenaarskolonie.

Het Noord-Hollandse Bergen is al ruim een eeuw een kunstenaarsdorp. Het verhaal begint hier in de jaren zeventig, als het hedonisme zich op volle sterkte heeft gemanifesteerd.

Feestjes monden uit in orgieën en partnerruil, en de wiet- en drankwalmen hangen dik in de lucht. Het is alsof het geld aan de bomen groeit, en in zekere zin is dat ook zo. Er gaat vrolijk gejuich op als een van de kunstenaars met zijn artistieke "halve werk" weer een vette pot subsidie heeft binnengeharkt, omdat hij met de andere helft het jaar daarvoor hetzelfde kunstje uithaalde. 

Vreemd eendje

Te midden van deze slempende, rokende en soms louche bedoening heeft Robbie een status aparte. In tegenstelling tot andere kunstenaars, die gepreoccupeerd zijn door seks, drank en geroddel, is Robbie serieus bezig met zijn artistieke hartstocht: hij wil cartoonist worden. Met het observerende vermogen van deze stille toeschouwer lijkt succes niet uit te kunnen blijven.

Ook van de liefde heeft Robbie andere verwachtingen. Terwijl de vrijheid blijheid overal in wisselende samenstellingen over de lakens spettert, valt Robbie als een blok voor de fotografe Juliette. Zijn loopbaan komt in de lift als hij voor een grote krant gaat werken, en Juliette maakt furore als fotografe.

Het lijkt een droompaar in de dop en uiteraard is het Mekka van de seventies, Amsterdam, het volgende station. Allengs blijkt de lokroep van de verleidingen van dit epoque een valse ondertoon te hebben.

Experimentele tijd

In een verhalende, anekdotische stijl schetst Lau een beeld van een bijzondere, experimentele tijd. Het juk was van de schouders geworpen en de lawine aan vrijheid werd met open armen onthaald, al werd er soms eentje onder verpletterd. Dingen verbieden was immers 'bah' en de expressie van de ziel mocht geen enkele beperking worden opgelegd. Door het unieke feit dat dit een eenmalige tijd zal zijn geweest, krijgt dit soort romans extra cachet.