Wie kinderen iets wil bijbrengen over filosofie kan het beste een zogenaamde socratische houding aannemen, "een houding van niet-weten". Zo kunnen de leerlingen zélf een mening vormen.

Dat stellen filosofen Sabine Wassenberg en Maaike Merckens Bekkers in een gesprek met NU.nl. Ze schreven het handboek Ik zag twee beren filosoferen, over filosoferen met kinderen en jongeren.

Zijn kinderen beter in filosofie, vooral aangezien de jongste doelgroep nog geen aannames hebben?

Sabine Wassenberg (SW): "Ja, kinderen staan duidelijk nog flexibeler in hun denkwereld dan ouderen. Vaak omdat ze écht voor het eerst over iets nadenken en bereid zijn om het tegendeel te overwegen. Ze hebben wat dat betreft meer moed dan volwassenen."

"Niet zelden horen we in de klas: 'Juf, eerst dacht ik dat het zo zat, maar toen hoorde ik die andere mening, en nu ben ik het ook wel een beetje daar mee eens.' Dat moedigen we van harte aan, de kunst van het naar elkaar luisteren."

Moet degene die via dit boek met kinderen aan de slag gaat een filosofische achtergrond hebben?

SW: "Nee. Het is handig als je bereid bent om na te denken, mee te twijfelen, dingen van een andere kant te zien. Je wordt aangemoedigd om een socratische houding aan te nemen, een houding van niet-weten. Socrates zei ook: 'Ik weet dat ik niets weet.' Als je lang genoeg over een filosofische vraag nadenkt, krijg je vanzelf het inzicht, dat je niets met zekerheid kunt beweren."

"Op die manier geef je als ouder of leraar dus een keer géén antwoorden, maar laat je de ruimte aan de meningen van de leerlingen. Je beoordeelt niet wie er gelijk heeft. Je vertelt niets over je eigen mening. Zij krijgen de verantwoordelijkheid terug voor hun eigen mening. En dat vinden ze heerlijk." 

Is het voor kinderen niet juist beter om tot een bepaalde leeftijd glashelder te zijn, in plaats van open antwoorden in de filosofie?

SW: "Dat is een interessante vraag. Sommige religieuze scholen bijvoorbeeld, vinden het af te raden om de vraag 'bestaat god?' te stellen. Want ieder moment dat er aan het bestaan van god getwijfeld wordt, is de band met het geloof aangetast. En inderdaad, soms vinden kinderen het ook een beetje eng om over na te denken. Of ze hebben het gevoel dat het eigenlijk niet mag."

"Je zou ook kunnen zeggen dat het goed is om iedere vraag te mogen stellen, zodat kinderen leren zelf hun meningen, overtuigingen en geloof te vormen. Zodat als er dan voor het geloof gekozen wordt, dit uit een bewust besluit voortkomt, en niet omdat het 'moet'."

Heb je hier nog meer voorbeelden van?

SW: "Je zou als docent glashelder kunnen zijn over de moraal die geldt over bijvoorbeeld het onderwerp homoseksualiteit of pesten. Als je gewoon zegt: pesten mag niet en homoseksualiteit is oké, dan is het gesprek afgelopen. Interessant is om juist te onderzoeken welke meningen er leven over het thema. De vraag 'Is een pester slecht?' of 'Is homoseksualiteit natuurlijk?' kan tot een goed gesprek leiden en daarmee tot verdieping en inzicht."  

Maaike Merckens Bekkers (MMB): "Hopelijk kom je uit bij diep existentialistische kwesties via huis-tuin-en-keukenvoorbeelden. Het gaat wel om het filosofische in de keuken."

Worden de kinderen hier betere mensen van, denken jullie?

SW: "Wat een 'beter' mens is, valt over te filosoferen. Maar ja, ik denk wel dat kinderen door te filosoferen in principe altijd wijzer worden. Het is namelijk de zelfdenkzaamheid die je met het filosoferen stimuleert. Vaak daalt ook het inzicht in dat een mening niet hetzelfde is als de waarheid, en dus zou een kind hiervan bescheiden en toleranter kunnen worden."

MMB: "We hebben niet de illusie dat het filosoferen het sprookjesdenken, of het magische denken zal vervangen of kan vervangen. Dat willen we ook helemaal niet, juist niet. Geloof vooral in sprookjes en in een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad. Maar twijfel er ook een beetje aan. Dat zou al mooi zijn."

In hoeverre verschilt jullie filosofische aanpak van de kinderlijke vragen "Hoezo? Waarom? Waar?", die ouders tot wanhoop drijven?

SW: "Er is juist een grote overeenkomst. De nieuwsgierigheid en het eeuwig doorvragen is hetzelfde."

MMB: "Die wanhoop vind ik een mooie metafoor voor het filosoferen. Want de wanhoop komt juist voort uit het feit dat je ergens geen antwoord meer op weet. Op dat moment zou je ook enorm kunnen genieten van de verwondering die zoiets oplevert. Hoe erg is het om toe te geven dat je het zelf ook niet weet; dat zouden we vaker moeten doen."